Antonio Carlos Jobim; Godlike genius van de bossa nova (3/3)
Door op 22 juli 2014

Deze zomer brengt Written in Music een langdurende special over de bossa nova, naast de samba de meest populaire muziek uit Brazilië. Uit welke culturele en sociale voedingsbodem ontstond bossa nova en welke songschrijvers en muzikanten maakten deze opvallende muziekstroming van de laat jaren 50 wereldberoemd? Deze week in deel 5: Antonio Carlos Jobim

Antonio Carlos JobimJobim neemt na 3 albums in een jaar vervolgens de tijd om de wereld over te reizen met zijn muziek en gaat pas in 1970 de studio in om nieuwe songs op te nemen. Eeuwige makker Creed Taylor haalt hem naar de studio van jazz legende Rudy van Gelder in New Jersey en regelt de muzikanten. En terwijl iedereen juist afstand van de bossa nova lijkt te gaan nemen is de meester zelf nodig om het genre opnieuw uit te vinden. Met het album Stone Flower laat Jobim wederom zien in absolute topvorm te zijn. De zeer subtiele sfeer in songs, met die coole pianoaanslag van Jobim op de exact juiste momenten en zijn mooie rokerige stem, maken het album tot een absoluut meesterwerk. Het is tevens een van die albums die het perfecte late avond gevoel weergeven.

De arrangementen zijn van de hand van Eumir Deodato, een jonge zeer getalenteerde ook uit Brazilië afkomstige arrangeur die main man Claus Ogerman vervangt met wie hij in datzelfde jaar ook het album Tide maakt. Het album is een duidelijk crossover album. Aan de ene kant de traditionele Jobim, aan de andere kant de muzikale vernieuwer. Een aantal oude bossa songs opnieuw, met nieuwe arrangementen, opgenomen en Jobim op piano, gitaar maar ook op elektrische piano. Dat laatste vooral onder invloed van Deodato die helemaal weg is van de nieuwe ‘Fender Rhodes’ sound en binnen zijn eigen muziek al volop gebruik maakt van elektronica. Juist het album Tide, hoewel meer voorspelbaar in sound dan Stone Flower, blijkt Jobim wereldwijd nog populairder te maken.

Twee jaar later verschijnt dan het album Jobim wat weer een heel andere Jobim laat horen. Vanuit zijn liefde voor de klassieke meester Debussy laat hij op dit album een aantal bijzondere stukken horen die nog verder afstaan van de bossa sound van weleer. En hoewel een album als Urubu, die 2 jaar later verschijnt, nog veel beter aangeeft waar Jobim muzikaal naartoe wilt laat Jobim in stukken als Aquas de Marco en Cronica da Casa / Assassinada / Trem Para Cordisburgo (muziek die hij maakte voor die films maar voor het album in een stuk verwerkte) al duidelijk horen ook deze muzikale richting machtig te zijn.

Met de albums Look At The Sky en Matitte Pere maakt Jobim in datzelfde jaar vervolgens albums die goed zijn maar niet echt bijzonder opvallen.

Om juist in 1974 in een briljante samenwerking met de legendarische Braziliaanse zangeres Elis Regina weer helemaal terug te zijn. Het album Elis & Tom laat beide artiesten in topvorm zien. Natuurlijk klinkt in de opnamen de bossa nova sound optimaal door, maar de arrangementen zijn zo sterk en de ritmes zo subtiel dat ze het genre een geheel eigen wending geven. Het album heeft de warmste songs die Jobim ooit schreef op de tracklisting staan. Alleen al door te luisteren naar Inútil Paisagem, waarin Jobim op de piano de enige muzikant is en Regina de song naar een andere wereld zingt is van adembenemende klasse en een reden dit album aan te schaffen. Maar ook die heerlijk georkestreerde uitvoering van de classic Corcovado past Regina, die altijd veel liever met kleine bandbezettingen werkte, als gegoten. De sfeer van de songs en de weergaloze stem van Regina, die in die periode op de toppen van haar klasse was, maken dit album een echte klassieker.

Met het album Urubu verwijdert Jobim zich vervolgens weer volledig van de bossa nova. Het album bevat veelal klassiek geïnspireerde stukken met spannende arrangementen, die door Claus Ogerman op een bijna avant-garde manier binnen de stukken zijn verwerkt. Het album lijkt een vervolg op het album Jobim, maar is in zijn uitwerking duidelijker en geslaagder en wederom een meesterwerk in zijn oeuvre te noemen.

In samenwerking met Miúcha, de zus van de Braziliaanse zanger / componist Chico Buarque en de tweede vrouw van João Gilberto, neemt Jobim vervolgens 2 albums en 1 live album op. Vooral het eerste samenwerkingsalbum, simpelweg Miúcha e Tom Jobim genoemd mag er zijn. Fascinerende nieuwe versies van Jobim songs als Samba Do Aviao en Falando de Amor maar ook fraaie uitvoeringen van songs van Chico Buarque maken het een album van grote klasse.

Pas in 1980 verschijnt er dan weer een echt Jobim album met de titel Terra Brasilis waarop de meester in een fijne collectie oude songs met nieuwe arrangementen, wederom zeer spannend door Claus Ogerman verzorgd, nog een keer zijn bossa klasse laat horen. Eigenlijk als een overzicht van zijn werk te zien, maar met zoveel onuitgebrachte opnamen dat er een absolute must have  factor bij aanwezig is.

Miúcha e Tom Jobim

In de jaren 80 is Jobim vooral veel onderweg om concerten te geven en voor het opnemen van albums is bijna geen tijd. Helemaal niet als laat jaren 80 bossa nova opnieuw ontdekt wordt door een jonger publiek. Hij neemt vaak vrienden en familie mee onderweg en treed ook vaak met hen op. Zijn zeer getalenteerde zoon Paulo is in die tijd een stuwende kracht van de band. Met de meeste van de muzikanten uit deze rondtrekkende band maakt Jobim vervolgens het album Passarim, wat in 1987 uitkomt. Het album, geheel opgenomen in Rio, heeft een duidelijke samba feel en laat met zijn duidelijke politieke teksten een andere Jobim, ook in stem, horen. De over het kappen van de Braziliaanse regenwouden verhalende en erg sterke titelsong is het sleutelnummer, maar zeker ook de uitvoering van zijn muziek voor de film Gabriela mag er zijn. Het is een van de weinige albums die Jobim nog maakt waar hij meer plezier ondervindt aan optreden.

Eind jaren 80, begin jaren 90 begint de gezondheid van Jobim hem parten te spelen maar weet zich nog een aantal keren op te laden voor speciale concerten. Eind 1993 treed hij nog een aantal keren op in zijn thuisland, waaronder een legendarisch gratis concert tijdens het jazz festival van São Paulo waar beroemde jazzmuzikanten als Joe Henderson, Ruben Gonzalcado en Shirley Horn ook optraden. Op de opnamen van het concert, uitgebracht onder de titel Antonio Carlos Jobim and Friends, is ook een sterk verzwakte Jobim nog te horen die 4 songs doet. In april 1994 gaat Jobim nog een keer naar New York om daar in Carnegie Hall op treden. Ook deze opnamen zijn vastgelegd.

Aan het einde van datzelfde jaar wordt Jobim in New York in een ziekenhuis opgenomen met hartklachten. Bij een eerste operatie blijken er ook tumoren in zijn lichaam te zitten. Nog geen week later, op 8 december 1994, overlijdt de meester van de bossa nova aan de gevolgen van complicaties na een nieuwe operatie. Antonio Carlos Jobim is (maar) 67 jaar geworden en laat een schat aan muziek achter die een geheel muzikaal genre op zichzelf vormen.

red-hot-rioHoe raar het ook klinkt, werd pas na zijn dood duidelijk hoeveel impact de muziek van Jobim heeft gehad. Er verschenen tientallen postuum albums en ook ongelooflijk veel onuitgebrachte opnamen  zangen het licht. Wellicht een van de allermooiste tributes die werd uitgebracht was het goede doel album Red Hot & Rio (voor aids awareness), waarop de grootste popartiesten de songs van Jobim in spannende eigentijdse arrangementen tot leven wekten.

Het nalatenschap van Jobim is groot. Wereldwijd wordt hij gezien als een van de belangrijkste componisten die de vorige eeuw gekend heeft vergelijkbaar met de Amerikaanse songschrijvers George Gershwin en Cole Porter. In zijn eigen land wordt hij als het ideale visitekaartje van Brazilië genoemd en is het grote vliegveld van Rio de Janeiro naar hem vernoemd. Daarnaast wordt hij vergeleken met de legendarische Braziliaanse architect Oscar Niemeyer, de man die hij reeds op jonge leeftijd adoreerde. Jobim, als student architectuur in zijn jonge jaren, moet geweten hebben dat hij nooit zo groot kon worden als Niemeyer. In de muziek werd hij dat absoluut wel.

Discografie:

  • Meus Primeuros Passos E Compassos (1958)
  • OST. Black Orpheus
  • The Composer of Desafinado, Plays (1963)
  • The Wonderful World Of Antonio Carlos Jobim (1964)
  • Love, Strings And Jobim (1966)
  • A Certain Mr. Jobim (1967)
  • Wave (1967)
  • Stone Flower (1970)
  • Tide (1970)
  • Jobim (1972)
  • Look At The Sky (1972)
  • Matita Pere (1972)
  • Elis & Tom (1974)
  • Urubu (1976)
  • Terra Brasilis (1980)
  • Em Minas Ao Vivo (1981)
  • OST. Gabriela (1983)
  • Passarim (1987)
  • Echoes Of Rio (1989)
  • Rio Revisited (1991)
  • Antonio Carlos Jobim & Friends Live (1993)
  • Encontro (1995)
  • Antonio Brasileiro (1995)
  • Tom Canta Vinicius : Ao Vivo (2000)

Samenwerkingen:

  • Vinicius deMoraes en Roberto Polva: Orfeu Da Conceicao (1958)
  • Stan Getz en João en Astrud Gilberto: Getz/Gilberto (1963)
  • Stan Getz en João en Astrud Gilberto: Getz/Gilberto vol.2 (1964)
  • Sergio Mendes: The Swinger From Rio (1965)
  • Frank Sinatra: Francis Albert Sinatra & Antonio Carlos Jobim (1967)
  • Frank Sinatra: Sinatra & Company (1971)
  • Miúcha: Miúcha & Antonio Carlos Jobim vol.1(1977)
  • Miúcha: Miúcha & Antonio Carlos Jobim vol.2(1979)
  • Miúcha em Toquinho: Gravado Ao Vivo No Canecão (1977)
  • Frank Sinatra: Sinatra/Jobim Sessions (1979)
  • Edu: Edu & Tom (1981)
  • Miúcha: Miúcha e Tom Jobim (1994)
  • Various artistst: Dutes II (1994)

Lees in deze langdurende special over de bossa nova verder in deel 1 van het volgende hoofdstuk: João Gilberto; De legende van de bossa nova.