Depeche Mode: de cirkel weer rond
Door op 30 juli 2017

Na de donkere triphop van Ultra en de ambient techno-flirt Exciter vormt Playing The Angel, mede door de inzet van analoge apparatuur, in 2005 weer een schakel naar de jaren tachtig. Martin Gore heeft inmiddels mogen ervaren dat zijn solo-coveralbum Counterfeit in 2003 minder positief is ontvangen dan Dave Gahans Paper Monsters. Gahan profileert zich dan ook meer als tekstschrijver dan voorheen, met als gevolg dat drie songteksten van zijn hand voor Playing The Angel gebruikt worden, een noviteit binnen de discografie van Depeche Mode. Hoewel Gahans bijdragen, die door Christian Eigner en Andrew Philpott op muziek zijn gezet, niet tot de beste tracks van het album behoren, vallen de songs toch aardig op hun plek. De single Suffer Well, met zijn stugge motoriek en fijn klimmende baslijnen, mag er wezen en Gahans openingsregel lijkt niet mis te verstaan: ‘Where were you when I fell from grace?’ De andere twee songs, I Want It All en Nothing’s Impossible overtuigen wat minder, al is de industriële pop van laatstgenoemde met Gahans plechtige en vervormde vocalen nog zeker de moeite waard. Beide tracks krijgen een plek in het hart van de plaat, alwaar zij omringd worden door enkele andere minder tot de verbeelding sprekende tracks.

Toch blijkt Playing The Angel een goede plaat en dat komt vooral door songs als John The Revelator, A Pain That I’m Used To, The Sinner In Me, Lilian, het eerder genoemde Suffer Well en het sterke Precious. Deze overtuigende songs laten horen dat de bandleden weer goed in hun vel zitten. Na Dave Gahan in het midden jaren negentig was het Martin Gore die hierna een periode met zichzelf worstelde. Alcoholisme en een scheiding leken hem op een zijspoor te hebben gerangeerd. Het lijkt er rond 2005 echter weer op dat Gore zich heeft hersteld. Mede door Dave Gahans dadendrang als songschrijver begint ook Gore weer het beste in zichzelf naar boven te halen. Bovendien sijpelt in de muziek en teksten op Playing The Angel het verre verleden plotseling weer door. Na alle tumult en experimenteerdrift van de jaren negentig en vroege jaren nul maakt Depeche Mode in 2005 qua geluid en identiteit weer verbinding met de jaren zeventig en tachtig en lijkt de cirkel weer rond.

De pakkende, stevige track Martyr For Love wordt overigens niet geschikt geacht voor Playing The Angel. De song heeft echter te veel potentie om te laten liggen. Uiteindelijk wordt het nummer als Martyr op single uitgebracht en vindt het in 2006 een plek op de compilatie Best of Depeche Mode. De andere singles van de band kunnen, zoals sinds eind jaren tachtig gebruikelijk, rekenen op de nodige remixes. Deze keer van de hand van onder meer Sasha, Jacques Lu Cont, Tiefschwarz, Goldfrapp en Tiga. Een klus voor Depeche Mode, het staat anno 2005 nog steeds erg goed op je remix-cv.

Playing The Angel verkoopt binnen twee jaar meer dan 1,5 miljoen exemplaren; het zoveelste bewijs dat Depeche Mode nog steeds een populaire band is. En dat al bijna vijfentwintig jaar. En er is ook goed nieuws voor de Nederlandse fans want Depeche Mode doet voor het eerst sinds de Devotional Tour van 1993 (!) Nederland weer eens aan. In maart 2006 staat de band in een uitverkocht Ahoy.

Depeche Mode special: