Depeche Mode: Bouwen achter de muur
Door op 16 mei 2017

Anno 2017 is het bijna niet voor te stellen dat bands binnen een jaar weer met volledig nieuwe albums kunnen komen. In de jaren tachtig was dat echter nog gemeengoed en op die manier heeft Depeche Mode zich enorm snel kunnen ontwikkelen van een huppelend synthpopgroepje tot een muzikaal instituut met grootse creatieve ideeën.

Twee jaar na hun debuutalbum Speak & Spell heeft de band al het nodige meegemaakt. Het meest ingrijpend is het afhaken van componist Vince Clarke en het daarna als drietal doorpakken, hoewel in Alan Wilder al een vervangende kracht voor op het podium is gevonden. Wilder blijkt echter meer in zijn mars te hebben dan puur een invalmuzikant zijn. Zijn creatieve ideeën vormen bovenop de fundering van noodgedwongen (en in het geheel niet onverdienstelijke) nieuwe componist Martin Gore de bouwstenen van wat later een onmiskenbaar Depeche Mode geluid wordt. Wilder draait warm tijdens de tournees die de band in 1982 en begin 1983 doet, waarin de band onder meer Rotterdam, Brussel en Utrecht aandoet. Tijdens de tournees al laat hij zijn licht schijnen op arrangementen en muzikale ideeën en dat vindt onder meer zijn weerslag in de tussen twee albums uitgebrachte single Get The Balance Right. Op album nummer drie krijgt hij vervolgens ruim baan met zijn Synclavier en zijn E-mu Emulator sampler, immense apparaten die het mogelijk maken om geluiden te ‘triggeren’ binnen een muziekstuk. Hoewel dit uiteraard niet nieuw is (al in de jaren zestig gooiden The Beatles al additionele geluiden door hun muziek en Kraftwerk deed het al eerder digitaal) is het voor het geluid van Depeche Mode wel een enorme toegevoegde waarde. Het plaatst de band die dan nog een poppy imago heeft ineens tussen meer serieuze bands.


Naar verluidt zijn met name Einstürzende Neubauten een inspiratiebron als de band aan de opnames van het derde album begint, al is het niet muzikaal. “Ik kan niet naar ze luisteren”, aldus Martin Gore. “Ik ben toch meer van de pakkende melodieën. Maar hun ideeën zijn erg vooruitstrevend.” Hij doelt hier met name op het gebruik van atypisch instrumentarium en Depeche Mode gaat dat – veelal via de apparatuur van Wilder – implementeren in hun werk. Voor de opnames van album nummer drie wijken ze met producer Gareth Jones uit naar de Garden Studio van voormalig Ultravox-frontman John Foxx. Deze bevindt zich in de wijk Shoreditch, tegenwoordig de meest hippe plek in Londen. In 1983 is het echter een vervallen, aftandse buurt waar je liever niet komt. Er groeit een boom dwars door de studio, die lekt omdat de boom ook door het dak is gebeukt. “Het was een desolate plek, als we ‘s avonds de studio uit kwamen zag je er helemaal niemand”, aldus zanger Dave Gahan. “Maar het was ook de perfecte plek om de muziek op te nemen zoals we die in ons hoofd hadden.” Alan Wilder: “Het was alsof we op een avontuurlijke expeditie waren met zijn allen. Iedereen ging gewapend met een hamer en een tape-recorder de vervallen wijk in om geluiden op te nemen die we in de muziek gingen gebruiken.”


De studio van Foxx mag dan vanwege zijn plek en credibility al vrij snel een vaste uitvalsbasis zijn geworden voor artiesten als Depeche Mode, Siouxsie and the Banshees, The Cure en The The, technisch loopt de plek achter op de ontwikkelingen. Zeker een band die zo zwaar op techniek en samples leunt als Depeche Mode kan er prima opnemen, maar het afmaken lukt niet op de 24-sporen mengtafel. Op zoek naar een moderne studio met meer sporen, komt men uit bij de Hansa Studio’s in Berlijn, waar op dat moment Nick Cave werkt aan het album The Firstborn Is Dead. “De meest belangrijke albums van onze generatie zijn daar opgenomen”, aldus Alan Wilder. “In het bijzonder Low en “Heroes” van David Bowie. Een legendarische plek voor een stel jonge jongens.” Ogenschijnlijk een duur geintje voor een beginnende band, maar de Britse pond staat uitermate voordelig ten opzichte van de Duitse mark en West-Berlijn blijkt uitermate vriendelijk qua belastingen. Dus het naar de stad verkassen waar op dat moment de muur tussen oost en west nog fier overeind staat, blijkt goedkoper dan het boeken van een ‘state of the art’ studio in Engeland. De stad heeft ook zo zijn invloed op de levensstijl van de band. Waar in het uitgestorven Shoreditch van 1983 niets meer te beleven is als de opnames zijn afgerond, zijn in Berlijn de kroegen en clubs talrijk én ze zijn tot het ochtendgloren open. Dave Gahan: “We namen de hele dag en avond op, gingen vervolgens op pad, vielen straalbezopen in ons bed en een paar uur later startten we weer van voor af aan. We waren jong en gezond genoeg om dat aan te kunnen, we hebben geen opnamedag gemist!” Voor Andy Fletcher, een geschiedenisfreak die de boeken over het Berlijn van voor de koude oorlog heeft verslonden, heeft de stad een extra dimensie. “De studio keek rechtstreeks uit op de Berlijnse muur. Ik was op dat moment los van de tours nog maar zelden buiten woonplaats Basildon of Londen geweest. Als ik al in het buitenland was, was het met de band. Dit was anders, er stonden militairen van de andere kant van de muur met verrekijkers naar ons te kijken, het was fantastisch. We speelden de mix van het album hard over de speakers die op het dak van de studio stonden. Het was een glorieuze zomer.” Fletcher neemt in de studio tevens een solo-album op, genaamd Toast Hawaii. Het album bestaat uit door hem gezongen covers (onder meer When The Saints Go Marchin’ In) en is vernoemd naar zijn favoriete snack in de Hansa Studio’s, geroosterde boterham met ananas en gesmolten kaas. Naar verluidt raadt iedereen in zijn directe omgeving het uitbrengen ervan ten strengste af en sindsdien is niets meer van het album vernomen. Wel geeft Fletcher jaren later zijn eigen platenlabel dezelfde naam.


De release van het album Construction Time Again in 1983 en met name de single Everything Counts opent definitief meer deuren voor de jonge band. De single wordt een hit in Ierland, Zuid-Afrika, Zwitserland, Zweden en Duitsland. De Construction Time Again Tour houdt hen van september 1983 tot en met maart 1984 ‘on the road’ met onder meer stops in Antwerpen en Amsterdam, maar vooral in West Duitsland, het eerste land waar de band naast thuisland Engeland écht voet aan de grond heeft gekregen. Het supersterrendom is nog ver weg, maar de eerste mijlen daar naartoe liggen al achter de band.

DEPECHE MODE SPECIAL: