Wereldband Bettie Serveert magistraal in Gigant
Door op 06 november 2016

Bettie Serveert bestaat 25 jaar dit jaar en viert dat met nieuwe en elfde plaat Damaged Good. “Het hoogtepunt van Pinkpop ’95” schreef Trouw-recensent Saskia Bosch over het optreden van Bettie Serveert, “Neerlands gitaarpop-trots” die “niet meer alleen ons beste exportprodukt in de alternatieve popmuziek [is] en dat bandje met die gekke naam, dat het zo leuk in Amerika doet. Bettie Serveert is een wereldband geworden.”

Die wereldband opende gisteren haar eerste show in een reeks clubconcerten door ons land en wel in het Apeldoornse Gigant. Op de merchandisetafel liggen de laatste drie wapenfeiten van de band, Pharmacy Of Love, (2010), Oh, Mayhem! (2013) en het laatste. Al deze albums grijpen qua sound enorm terug naar de eerste drie albums Palomine (1992), lamprey (1995) en Dust Bunnies (1997), tot blijdschap van zowel fans als pers. Niet alleen Pinkpop werd (twee keer, ook in 1993) aangedaan, het (verre) buitenland viel voor de ‘Betties’. Zo tourde het viertal veelvuldig door de VS en speelde in het voorprogramma van onder meer Dinosaur Jr., Wilco en Buffalo Tom.

Aan die vitale 90’s heeft de groep genoeg liefhebbers overgehouden, aan de komst in de Gigant te zien. De vele tieners en twintigers van toen klappen hard als de band van zangeres en gitariste Carol van Dijk en gitarist Peter Visser, bassist Herman Bunskoeke en drummer Joppe Molenaar (sinds 2009 bij de band) tijdens de intro van het bijna tien minuten durende epos Calling (Pharmacy Of Love) het podium opwandelen. Bijna geen persoon jonger dan 30 heeft de weg naar de zaal gevonden.

De eerste kwart van de set bestaat uit louter liedjes van die en de laatste plaat, die naadloos bij elkaar aansluiten qua geluid en sfeer. Tijdens het opjuttende Deny All (2010) headbangen sommige fans alsof ze weer 19 zijn en het applaus is na elk nummer hard en lang, waarna de band verguld glimlacht en Van Dijk en Visser elkaar genoegvol en bijna verlegen aankijken. “Wat een enthousiast publiek in Apeldoorn, dat geeft ons ook weer energie, bedankt!” klinkt Visser dankbaar door de microfoon, waarna nog meer gejuich volgt.

Tijd voor ouder werk maken de heren en dame zeker, zo komen onder meer Geek (1997) en het gevoelige Crutches (1995) voorbij. Wanneer allereerste single Tom Boy wordt gespeeld gevolgt door een medley van Misery Galore (1997) en Tell Me, Sad (1995) kan niets meer kapot gaan deze avond. Alles wordt met zo’n gloedvolle energie gebracht. Visser hopt het hele podium over terwijl hij zijn partijen speelt en de fantastische drummer Molenaar ramt ultrafanatiek op zijn kit. Zijn dynamiek geven alle liedjes extra schwung die zowel klein als in euforische hardere nummers als Mayhem (2013) en B-Cuz (2016) om van te smullen zijn. De set stelt allesbehalve teleur en het optreden mondt uit in een grote emotionele trip, ook voor de wat jongere luisteraars. Uw recensent heeft de Betties bijvoorbeeld niet meegemaakt in de jaren ’90 en moet wat tranen wegslikken bij de uitvoering van zowel Kid’s Alright (1992) als het spetterende Digital Sin (Nr 7) van de laatste plaat, afsluiter van de set.

De band komt terug voor een toegift zoals die bedoelt is. De joelende menigte verdient de titelsong van Palomine, zo moet Bettie Serveert gedacht hebben. De slimmeriken die aanwezig waren in Gigant zagen een wereldband, in een intieme zaal in een groot dorp in Gelderland. Een ultiem privilege. Tieners en twintigers van nu: ga Bettie Serveert zien!