Verrassend gedurfde set Wolf Alice slaat aan in TivoliVredenburg
Door op 12 december 2018

Band: Wolf Alice
Genre: rock, indierock, grunge
Loc_venue: TivoliVredenburg
Loc_city: Utrecht
Loc_country: NL

 

Jawel, Wolf Alice heeft de hype van twee, drie jaar geleden overleefd. Van een uitverkocht Paradiso dankzij doorbraakalbum My Love Is Cool tot een volle – maar niet uitverkochte – TivoliVredenburg in Utrecht gisteravond. Het tweede album van de Londenaren Visions Of A Life – een album waarop de band haar mix van stijlen nog verder uitdiept en uitvergroot – leverde niets minder dan de prestigieuze Mercury Prize op, maar maakt niet dat TivoliVredenburg uitverkocht raakt.
Laten we zeggen dat de echte liefhebbers over zijn gebleven. Opvallend is dat het publiek – net als toen in Paradiso nog steeds grofweg bestaat uit twee groepen: hippe meisjes tussen de 16 en 26 en jongens tussen de 16 en 56. Dat laatste zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat frontvrouw Ellie Rowsell een prachtige verschijning is, die dankzij haar nieuwe halflange blonde kapsel trouwens wel wat weg van Debbie Harry, die sensuele frontvrouw van Blondie.
Wolf Alice kiest dus niet, in tegenstelling tot Surfbort, geen surf- maar een punkband uit New York die louter snelle, korte en vooral harde punkliedjes maakt in de stijl van jaren 80 punkbands als Black Flag en Circle Jerks. En net zoals die bands zingt Surfbort zowel over feesten en seks als over politieke zaken. Kort gezegd: Trump en de regering zijn troep. Verschillen: Surfbort heeft geen bassist – wel twee gitaren – en geen frontman. Dani Miller, gekleed in zilveren bikini-top, hotpants beplakt met kleurige spiegeltjes, netpanty en witte enkellaarsjes, kijkt verdacht blij uit haar met wilde kleuren opgemaakte ogen, haar opvallende gebit bloot lachend. Miller, die de tanden tussen voortanden en hoektanden mist, spot daar natuurlijk zelf keihard mee in het liedje Hippie Vomit Inhaler (“Where’s My Teeth?!”), zodat ze haar in ieder geval niet om die reden kunnen uitlachen. Al lacht het publiek sowieso wel om deze lijpe act, vooral wegens verbijstering. Dat Miller – haar okselhaar niet afgeschoren, heel punk – het publiek induikt om daar – grotendeels zonder microfoon – rond te rennen, helpt niet echt. Maar een enkeling waagt het voorzichtig te headbangen, de meerderheid weet niet zo goed wat het aanmoet met Surfbort. Muzikaal moet je er ook maar van houden. De meeste nummers lijken inderdaad erg veel op elkaar. Maar toch springen een paar nummers eruit, zoals Pretty Little Fucker en High Anxiety. De rest van de band is niet alleen twintig jaar ouder, op de langharige gitarist Alex Kilgore na misschien – ze zijn ook uitgeraasd. Maar misschien is dat voor de nodige stabiliteit wel prettig.
Wanneer Wolf Alice rond negen uur eindelijk het podium in Ronda betreedt en direct de punkknaller Yuk Foo van het laatste album de zaal in ramt, ontstaat er al snel een moshpit, die tijdens tweede liedje You’re A Germ (My Love Is Cool, 2015) verder uitbreidt. De vier twintigers op het podium moeten zichtbaar bekomen van de onverwacht vroege vlam in de pan. Breed glimlachend stomen ze door met publiekslievelingen als Bros, Lisbon (beide 2015) en het gevoelige Blush (Blush EP, 2013), waar mensen daadwerkelijk naar luisteren.
Deze gevoeligheid wordt vervolgens doorgetrokken in twee nieuwe nummers, Sky Musings en After The Zero Hour. Geen voor de hand liggende nummers en dat is des te interessanter. Ellie, net als haar bandmaatje en bassist Theo Ellis gekleed in een krijtstreeppak – maar dan zonder broek – toont zich een zelfverzekerder rockster dan bijna drie jaar geleden in Paradiso en weet in dit duistere blokje – ook letterlijk, de lichten zijn nagenoeg gedimd en we zien nauwelijks meer dan de silhouetten van de muzikanten – iedereen te intrigeren.
Met de inzet van het dromerige liedje Don’t Delete The Kisses gaan ook de lichten aan en Ellie doet haar gitaar af om te vertellen over hoe ze uiteindelijk toch durft te kiezen voor die persoon waar ze verliefd op is. Meisjes in het publiek schreeuwen gretig mee met haar refreinen en de stemming bij zowel band als publiek wordt alleen
maar beter.
Een nieuwe gil van geluk als Planet Hunter, één van de sterkere tracks op Visions Of A Life, wordt gespeeld. Een nieuwe moshpit ontstaat en bassist Ellis, die het publiek regelmatig opjut, kan zijn geluk niet op. Het blok nieuwe nummers bevat verder nog het glampop-liedje Beautifully Unconventional en het meer gedurfde Formidable Cool, dat wederom de mensen doet schreeuwen en de moshpit opnieuw doet kolken. Hoe Ellie fluistert in de coupletten en vervolgens haar strot open gooit in de refreinen, is verfrissend en doet de jaren 90 – zoals wel vaker deze avond – dunnetjes herleven.
Meer verrassingen deze avond: Storms (van EP Creature Songs uit 2014) en het Fluffy b-kantje White Leather maken de meest diehard fans, die alles woord voor woord meezingen, heel gelukkig. Natuurlijk komt Fluffy zelf ook voorbij, als reguliere set-afsluiter, na eerst de moshpits grootser te hebben laten rond kolken tijdens Space & Time en Visions Of A Life, een bijna acht minuten durend epos. Verschillende nummers – zoals als 90 Mile Beach -  hadden zo’n lengte mogen hebben en in deze titeltrack durft de band het eindelijk.
Tijdens Fluffy breekt Ellie’s stem en na een support-applaus lost de zangeres het stoer op door de toeschouwers te vragen wat ‘cheers’ is in het Nederlands. ‘Proost!’ schreeuwt ze na een slok bier om het vervolgens netjes af te maken.
Natúúrlijk komt nog die ene grote hit (Moaning Lisa Smile, 2014), waarbij Ellie de gitaar meermaals op haar rug laat hangen om zich te concentreren op haar microfoon en het publiek. Nadat een jongen tot zijn verbazing haar microfoon onder zijn neus krijgt, klimt ze tijdens de apotheose van het laatste geweld(adig)e lied Giant Peach de trap op om haar laatste zinnen eruit te krijsen. “Thanks for being such a lovely audience”, glimlacht Ellie, terwijl haar bandgenoten duimen opsteken met een evenzo grote glimlach.
Wolf Alice zette een gewaagde en volwassen show neer in Utrecht en het maakt alleen maar meer hongerig naar wat de toekomst brengt.

Jawel, Wolf Alice heeft de hype van twee, drie jaar geleden overleefd. Van een uitverkocht Paradiso dankzij doorbraakalbum My Love Is Cool tot een volle – maar niet uitverkochte – TivoliVredenburg in Utrecht gisteravond. Het tweede album van de Londenaren Visions Of A Life – een album waarop de band haar mix van stijlen nog verder uitdiept en uitvergroot – leverde niets minder dan de prestigieuze Mercury Prize op, maar maakt niet dat TivoliVredenburg uitverkocht raakt.

Laten we zeggen dat de echte liefhebbers over zijn gebleven. Opvallend is dat het publiek – net als toen in Paradiso nog steeds grofweg bestaat uit twee groepen: hippe meisjes tussen de 16 en 26 en jongens tussen de 16 en 56. Dat laatste zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat frontvrouw Ellie Rowsell een prachtige verschijning is, die dankzij haar nieuwe halflange blonde kapsel trouwens wel wat weg van Debbie Harry, die sensuele frontvrouw van Blondie.

Wolf Alice kiest dus niet, in tegenstelling tot Surfbort, geen surf- maar een punkband uit New York die louter snelle, korte en vooral harde punkliedjes maakt in de stijl van jaren 80 punkbands als Black Flag en Circle Jerks. En net zoals die bands zingt Surfbort zowel over feesten en seks als over politieke zaken. Kort gezegd: Trump en de regering zijn troep. Verschillen: Surfbort heeft geen bassist – wel twee gitaren – en geen frontman.

Dani Miller, gekleed in zilveren bikini-top, hotpants beplakt met kleurige spiegeltjes, netpanty en witte enkellaarsjes, kijkt verdacht blij uit haar met wilde kleuren opgemaakte ogen, haar opvallende gebit bloot lachend.Miller, die de tanden tussen voortanden en hoektanden mist, spot daar natuurlijk zelf keihard mee in het liedje Hippie Vomit Inhaler (“Where’s My Teeth?!”), zodat ze haar in ieder geval niet om die reden kunnen uitlachen.

Al lacht het publiek sowieso wel om deze lijpe act, vooral wegens verbijstering. Dat Miller – haar okselhaar niet afgeschoren, heel punk – het publiek induikt om daar – grotendeels zonder microfoon – rond te rennen, helpt niet echt. Maar een enkeling waagt het voorzichtig te headbangen, de meerderheid weet niet zo goed wat het aanmoet met Surfbort.

Muzikaal moet je er ook maar van houden. De meeste nummers lijken inderdaad erg veel op elkaar. Maar toch springen een paar nummers eruit, zoals Pretty Little Fucker en High Anxiety. De rest van de band is niet alleen twintig jaar ouder, op de langharige gitarist Alex Kilgore na misschien – ze zijn ook uitgeraasd. Maar misschien is dat voor de nodige stabiliteit wel prettig.

Wanneer Wolf Alice rond negen uur eindelijk het podium in Ronda betreedt en direct de punkknaller Yuk Foo van het laatste album de zaal in ramt, ontstaat er al snel een moshpit, die tijdens tweede liedje You’re A Germ (My Love Is Cool, 2015) verder uitbreidt. De vier twintigers op het podium moeten zichtbaar bekomen van de onverwacht vroege vlam in de pan. Breed glimlachend stomen ze door met publiekslievelingen als Bros, Lisbon (beide 2015) en het gevoelige Blush (Blush EP, 2013), waar mensen daadwerkelijk naar luisteren.

Deze gevoeligheid wordt vervolgens doorgetrokken in twee nieuwe nummers, Sky Musings en After The Zero Hour. Geen voor de hand liggende nummers en dat is des te interessanter. Ellie, net als haar bandmaatje en bassist Theo Ellis gekleed in een krijtstreeppak – maar dan zonder broek – toont zich een zelfverzekerder rockster dan bijna drie jaar geleden in Paradiso en weet in dit duistere blokje – ook letterlijk, de lichten zijn nagenoeg gedimd en we zien nauwelijks meer dan de silhouetten van de muzikanten – iedereen te intrigeren.

Met de inzet van het dromerige liedje Don’t Delete The Kisses gaan ook de lichten aan en Ellie doet haar gitaar af om te vertellen over hoe ze uiteindelijk toch durft te kiezen voor die persoon waar ze verliefd op is. Meisjes in het publiek schreeuwen gretig mee met haar refreinen en de stemming bij zowel band als publiek wordt alleen maar beter.

Een nieuwe gil van geluk als Planet Hunter, één van de sterkere tracks op Visions Of A Life, wordt gespeeld. Een nieuwe moshpit ontstaat en bassist Ellis, die het publiek regelmatig opjut, kan zijn geluk niet op. Het blok nieuwe nummers bevat verder nog het glampop-liedje Beautifully Unconventional en het meer gedurfde Formidable Cool, dat wederom de mensen doet schreeuwen en de moshpit opnieuw doet kolken. Hoe Ellie fluistert in de coupletten en vervolgens haar strot open gooit in de refreinen, is verfrissend en doet de jaren 90 – zoals wel vaker deze avond – dunnetjes herleven.

Meer verrassingen deze avond: Storms (van EP Creature Songs uit 2014) en het Fluffy b-kantje White Leather maken de meest diehard fans, die alles woord voor woord meezingen, heel gelukkig. Natuurlijk komt Fluffy zelf ook voorbij, als reguliere set-afsluiter, na eerst de moshpits grootser te hebben laten rond kolken tijdens Space & Time en Visions Of A Life, een bijna acht minuten durend epos. Verschillende nummers – zoals als 90 Mile Beach -  hadden zo’n lengte mogen hebben en in deze titeltrack durft de band het eindelijk.

Tijdens Fluffy breekt Ellie’s stem en na een support-applaus lost de zangeres het stoer op door de toeschouwers te vragen wat ‘cheers’ is in het Nederlands. ‘Proost!’ schreeuwt ze na een slok bier om het vervolgens netjes af te maken.

Natúúrlijk komt nog die ene grote hit (Moaning Lisa Smile, 2014), waarbij Ellie de gitaar meermaals op haar rug laat hangen om zich te concentreren op haar microfoon en het publiek. Nadat een jongen tot zijn verbazing haar microfoon onder zijn neus krijgt, klimt ze tijdens de apotheose van het laatste geweld(adig)e lied Giant Peach de trap op om haar laatste zinnen eruit te krijsen. “Thanks for being such a lovely audience”, glimlacht Ellie, terwijl haar bandgenoten duimen opsteken met een evenzo grote glimlach.

Wolf Alice zette een gewaagde en volwassen show neer in Utrecht en het maakt alleen maar meer hongerig naar wat de toekomst brengt.