The Grand East – What a Man
Door op 26 november 2018

Band: The The Grand East
Album_title: What A Man
Genre: Rock, Blues
Release_date: 11/15/2018
Label: BB
Rating: Vier sterren (4)
Soundsid: 3843335
What A Man The The Grand East
4
4

The Grand East lijkt in eerste instantie een vrij nieuwe band, welke na Movano Camerata nu hun tweede album What A Man uitbrengt. Toch is deze uit het Twentse Diepenheimse klei komende rockband voorheen actief geweest als Texas Radio, waarvan ik uitgaande van zang van Arthur Akkermans verwacht dat deze genoemd is naar het The Doors nummer Texas Radio and the Big Beat. Onder die naam brachten ze in 2013 al een gelijknamig debuut uit.

Na een twijfelachtig orgel intro valt al snel het hakwerk van drummer Imanishi Kleinmeulman in bij Away. Arthur Akkermans lijkt zich met zijn harde bluesy stem vrij gemakkelijk door het geheel heen te werken, alsof hij al jaren zich manoeuvreert aan de top van Nederlandse zangers. Hij heeft een ruig, rockende stem, zonder dat het echt smerig wordt. Toch is The Grand East helaas nog relatief onbekend in ons landje, al zou je met het volwassen overtuigende resultaat anders verwachten. De psychedelica druipt als een in een illegale drankstokerij gebrouwen rum mengsel stroperig de aderen binnen, en lest de dorstgevoelens naar het verlangen naar een hogere dosering van het goedje. Apocalypse Now wordt gedragen door het sterke gitaarwerk van Niek Cival, hij weet je te betoveren met een jaren seventig Santana achtig spel, waar de aanvulling van de percussie zorgt voor een typische Latin Rock geluid met tevens ruimte voor wat Fusion.

Titelnummer What A Man klinkt veel toegankelijker, een sensueel voort beukende hedendaagse track, waar zelfs een gemiddelde indieband zich gelukkig mee zal prijzen. Eigenlijk haalt deze het tempo er uit, duidelijk gericht voor de commerciële radio, en daardoor waarschijnlijk ook als single gekozen, en niet geheel representatief voor de rest van de plaat. Gelukkig krijgen we nog even een onverwacht cadeautje met de door distortion en fudge gevoede gitaar. Hitgevoelig? Jazeker! Het dromerige akoestische gitaar begin van Sweet Boy nodigt uit tot een smeriger vervolg, welke halverwege aarzelend van zich laat horen, maar uiteindelijk een weg naar buiten vind in het psychedelische droog funkende bas spel, omringt door betoverende orgelklanken van Joris van den Berg.

Datzelfde orgel krijgt een nog veel grotere rol in het opvolgende Who Is Joe, welke hierdoor een heerlijke swing krijgt toe geëigend. Arthur Akkermans klinkt nog rauwer en doorleefder. De vertraging inclusief vreemde geluiden aan het einde doet helaas wat afbreuk aan het geheel, had van mij niet gehoeven. I’ve Been Young is wat lomper, swamp voorttrekkend geheel, sloom voortbewegend door de stroperige sound, welke toch weer heerlijk sleazy en dirty wordt. Je waant je in North Carolina, broeierig en koortsig. Tegen het einde lijken ze het licht gevonden te hebben, en breekt de zon door in de gespeelde duisternis. Eigenlijk weer het zoveelste hoogtepunt op deze toch al niet misselijke plaat.

Magic Surf is psychedelische madness, met zoals de titel al aangeeft duidelijke surf invloeden, ook al heeft het duidelijk een garagerock karakter, heerlijk ongeremd los gaan als in een goed getimede jamsessie. Hierdoor klinkt het als compromisloze punkmuziek, met een onverschillige Do It Yourself houding naar de wereld; inclusief uitgestoken middelvinger. Met Straaljager wijken ze met een knipoog af van de verder Engelse songtitels, gelukkig is de song niet in onze voertaal, of in Twents dialect. Hier hoor je meer de rol van bassist Teun Eijsink in het geheel, die verder een onderschikkende rol lijkt te hebben, hier leidt hij duidelijk hoorbaar als een dirigent het geheel in de juiste startbaan. Straaljager laat zich beluisteren als een ode aan een mooie vrouw, nog sensueler dan het titelnummer, zeg maar de Long Blond Animal van The Grand East.

Burn Away heeft een funky ritme ondersteuning, en grijpt erg terug naar de hits die onze eigen binnenlandse acts in de jaren zeventig wisten te produceren, en daarmee zich zelfs zoals Golden Earring en Shocking Blue in de lijsten van de Verenigde Staten een plek weten te veroveren. Een soort van mix tussen oer Hollands en ruig Amerikaans. Hier werkt het effectenpedaal wel goed, en wordt hij nog lekker eventjes ingetrapt. Met het Burt Bacharach achtige gearrangeerde Feels Like I’m Flying sluit What A Man af, maar deze bijna gecroonde song met vette knipoog had van mij achterwege mogen blijven, net zoals de vals eindigend trompet die het album afrond. Ik hou niet zo van dit soort geintjes. Dan is de woordgrap Straaljager een stuk beter gevonden.

Ondanks dat hij zelf pas halverwege de twintig is, weet geluidsarchitect Pablo van de Poel zich wel al een oude rot in het vak te noemen. Als frontman van DeWollf heeft hij al zes albums uitgebracht, dus aan ervaring geen gebrek. Hier weet hij ook het Bluesrock geluid mooi vorm te geven, met als voorbeelden duidelijk de jaren zeventig acts, die rond kerst nog steeds weten te domineren in de Top zoveel Aller Tijden lijstjes. Feit dus dat er nog steeds genoeg animo voor deze muziek is, al zal het merendeel van die luisteraars minder open staan voor nieuwere bands, en zich conservatief vast klampen aan het vroeger was alles beter gevoel. Onder zijn vleugels klinkt The Grand East misschien wel net zo vertrouwd als zijn eigen band. Hopelijk een band die we vaker terug zullen horen. Nu nog voorzichtig de hand van Pablo van de Poel vast houdend, maar die mogen ze in het vervolg wel los laten.

Tracklisting What A Man:

  1. Away
  2. Apocalypse Now
  3. What a Man
  4. Sweet Boy
  5. Who Is Joe
  6. I’ve Been Young
  7. Magic Surf
  8. Straaljager
  9. Burn Away
  10. Feels Like I’m Flying