Spasmodique: Heart Of Darkness
Door op 26 april 2011

Deel 10 in de reeks Postpunk Nederland, een serie artikelen over interessante Nederlandse bands die opkwamen na de punkgolf van 1977, 1978. Eigenzinnige, vaak ondergewaardeerde bands die blijvend applaus verdienen. Deze week: Spasmodique.

Spasmodique-artikelMark Ritsema, Martin Doctors van Leeuwen en Bob Stoute werken samen in hetzelfde verpleeghuis in Capelle a/d IJssel en formeren in 1981 Spasmodique. Ritsema was eerder als bassist, zanger en songschrijver actief in Torpedos. Na een experimentele periode wordt het duo versterkt door Ritsema’s voormalige bandgenoten Arjo Hijmans (gitaar) en Reinier Rietveld (drums). Rietveld heeft ondanks zijn jonge leeftijd al ervaring met het uitbrengen van platen. Hij maakt met zijn zus Gonnie deel uit van het Brits-Nederlandse Quando Quango, een alternatieve danceband op het Engelse Factory label, die met name in Engeland en aan de oostkust van Noord-Amerika goed aanslaat in het undergroundcircuit. Quando Quango toert in de eerste helft van de jaren tachtig onder meer met New Order en op een van de platen speelt Johnny Marr van The Smiths nog mee.

Spasmodique daarentegen maakt doorleefde, donkere rock en brengt een aantal cassettes uit, waaronder een in 1985 bij Decay Int./Staalplaat. In december van dat jaar krijgt Spasmodique een kans om zich serieus te profileren: de band doet in het Utrechtse Tivoli het voorprogramma van een van hun inspiratiebronnen, Jeffrey Lee Pierce, zanger van The Gun Club. Mede door de overdonderende liveoptredens in deze periode trekt Spasmodique de aandacht van Paul Delnoy van het Belgische label Soundwork dat onder meer platen van La Muerte uitbrengt.

Spasmodique-SameIn 1986 brengt Spasmodique op Soundwork de mini-elpee Spasmodique uit. De plaat laat een heftige band horen, die de innerlijke storm van de lijdende man in overrompelende, gloeiende rock giet. De zinderende opener van de plaat, Kiss On Your Scars, stond al op de cassette uit 1985 en is exemplarisch. Hier staat een band. Maar vooral, hier staat, strompelt, duwt en trekt een bezeten voorman. Mark Ritsema zingt, schreeuwt, fluistert en rochelt zich door een landschap van noeste ritmes, bedrieglijke luwtes en dwingende gitaarpartijen. De mini-elpee kent nauwelijks zwakke momenten en mondt passend uit in de oerschreeuw van He’s On Fire!

Wat is Spasmodique? Het is meer een gevoel eigenlijk. Verpletterende bluesy rock met echo’s uit de new wave (Joy Division, The Only Ones). Er zijn invloeden van onder meer Muddy Waters, The Gun Club en Nick Cave te ontwaren maar Spasmodique lijkt in feite op geen van hen en is dan ook volstrekt uniek. Er zijn ook invloeden uit de literatuur. Onder meer beïnvloed door Joseph Conrads roman Heart Of Darkness gaat Spasmodique, net als Conrads hoofdpersoon Captain Marlow, op een bijna metafysische reis naar binnen toe. De vergelijking met de op deze roman gebaseerde film Apocalypse Now wordt gemaakt. “Naar de diepzwarte randen van de existentie”, aldus Ritsema later. “Daar aan het einde van de rivier wilden we met Spasmodique staan; verworden tot uitzinnige, uit zichzelf getreden wilden, maar nog steeds herkenbaar, nog steeds menselijk.”

Live versus studio

Spasmodique is zelf niet zo tevreden over het geluid van de eerste plaat; de bandleden missen het ‘eigen Spasmodique-geluid’, het industriële, stomende, ijzeren rockgeluid dat de sfeer van de Rotterdamse haven ademt. Dat neemt niet weg dat de plaat weer een goede aanleiding voor optredens vormt. In 1986 treedt Spasmodique meer dan dertig keer op, waaronder eenmaal in L’Ancienne Belgique in Brussel, met labelgenoten La Muerte. De band profileert zich keer op keer als een opwindende liveband die het publiek regelmatig verbluft achterlaat. Dit ontgaat ook de VPRO niet en Spasmodique maakt voor VPRO’s Jonge Helden, in Rotterdam, een clip van Kiss On Your Scars. Ook Vinyl pikt de plaat op. In de zomer van 1986 plaatst het blad een kort interview met Spasmodique: “Eigenlijk zijn we hele vrolijke jongens. Maar vrolijke dingen zijn helemaal niet interessant. Binnen melancholie kun je je veel beter uitleven. Vrolijkheid, daar heb je geen muziek voor nodig.”

De bandleden hebben allemaal een baan midden jaren tachtig en het vele optreden in combinatie met de doordeweekse oefenssies tot ’s avonds laat trekt een flinke wissel. Maar het is de moeite waard: in 1987 staat Spasmodique terecht op festival Noorderslag, samen met onder meer Kiem, Claw Boys Claw, Weekend At Waikiki, Slagerij van Kampen, Miners of Muzo en Kobus Gaat Naar Appelscha.

Spasmodique-From The Cellar Of RosesIn de zomer neemt de band het album From The Cellar Of Roses op. De titel verwijst naar de Rozenkelder van de Zwitserse inquisitie, al komt dit gegeven verder niet terug op de plaat. Het album verschijnt met de nodige vertraging uiteindelijk bij Plexus, dat From The Cellar Of Roses aanmerkelijker sneller kan uitbrengen dan de andere labels waar de band contact mee gelegd heeft. De plaat laat goede composities horen zoals het snelle Captain Says (Call Me Moses) met scherp gitaarwerk. Spasmodique klinkt hier en daar relatief mild en melodieus zoals in New Therapies. Hoewel de band al geruime tijd niet meer zo met Britse postpunk bezig is, roept Floating toch weer een band als Joy Division in herinnering.

Echter, strikt genomen weet Spasmodique ook op de tweede plaat niet de eigen livedynamiek vast te leggen. Mark Ritsema in 1988 in OOR: “De plaat klinkt misschien niet dynamisch genoeg, maar ik ben er in zoverre tevreden mee dat de melancholie overkomt. Ik heb een zekere fascinatie voor zeemansromantiek, de droefenis die uitgaat van iemand die zijn plaats niet kan vinden op het land en die telkens weer naar zee moet.”

Hoe het ook zij, als From The Cellar Of Roses eenmaal in de schappen ligt, is de band alweer een station verder. Op de podia besteedt men dan ook niet erg veel aandacht meer aan de plaat. Spasmodique toert begin 1988, onder de noemer The Howling, door Nederland met het Friese Umberto di Bosso é Compadres. Spasmodique streeft begin 1988 gewoon naar degelijke rock. ‘Maar schrijf dat maar liever niet,” aldus Ritsema tegen OOR “want voor je het weet krijgen we allemaal Bryan Adams-fans bij onze optredens.”

Spasmodique-Start To BelieveMede doordat het snijwerk van From The Cellar Of Roses niet goed bleek en de band ook een goede distributie in het buitenland wil, legt manager Ron Mansveld contact met het jonge label Schemer, dat haar platen ook in Duitsland en de VS uitbrengt. Een contract wordt getekend en eind 1988 verschijnt de nieuwe plaat van Spasmodique op Schemer: Start To Believe / Someone’s Out There To Get You. Er staan drie nieuwe nummers op, te draaien op 45 toeren. Morning Dew opent met Spaanse gitaar en ontpopt zich tot een meeslepende rocksong met een vlammende climax. Arjo Hijmans excelleert minutenlang in het intro van Town Of Falling Parties voordat Mark Ritsema het nummer naar het einde brengt. Start To Believe combineert melodie en enige lichtvoetigheid met een verzengend slotstuk dat al halverwege inzet. De B-kant wordt gevuld door vijf livenummers, opgenomen voor de VARA in de Groningse Oosterpoort, te draaien op 33 toeren. Eindelijk is het livegeluid van Spasmodique op vinyl te horen.

De grens over

In 1989 is Spasmodique ook buiten Nederland opgepikt. Dit levert een aantal optredens op in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije. In Fürth, een voorstadje van Neurenberg, treedt de band aan in een klein zaaltje met een beperkte PA. Toch gaat het publiek los. “Hoe ik ’t precies moet verklaren weet ik niet,” aldus Ritsema tegen het meegereisde OOR. “Maar het gebeurt steevast op het moment dat wij met zijn vieren tegelijk invallen: een grote waas, en dan maar gaan. Eigenlijk zijn we allemaal heel evenwichtige mensen, maar zo nu en dan moet er even iets uit.”

In Wenen is Spasmodique al redelijk bekend. De zaal – vernoemd naar de belendende metrolijn U4 – loopt dan ook helemaal vol. Tijdens het optreden gaat het publiek door het lint en loopt de temperatuur in de lage zaal op tot grote hoogten. Het publiek neemt geen genoegen met één toegift en laat de band nog twee keer uitgebreid terugkomen.

Hoe anders is het in Boedapest, in de Petöfi Csarnok-hal. Het festival waar Spasmodique moet optreden omvat naast het muziekprogramma tevens een kermis. Het publiek blinkt voornamelijk uit in apathie. Vanavond geen toegift, dat is al snel duidelijk. Het volgende en laatste optreden is in München. Een kleinere zaal weer en dat werkt toch vaak beter. Ook nu weer: het aanvankelijk wat terughoudende publiek komt tijdens het concert steeds meer los en uiteindelijk slaat de vlam toch in de pan. Een prima afsluiter van de rondreis in Centraal-Europa.

Spasmodique-NorthIn hetzelfde jaar brengt Spasmodique het beklemmende album North uit, deels geïnspireerd door het Oude Noorden in Rotterdam. Single wordt The Square dat vergezeld gaat van een videoclip. De band laat zich bij de opnamen weer leiden door ‘het podiumgevoel’ hetgeen resulteert in een intense plaat. Het lijkt erop dat met het zware North een grens bereikt is.

In het Burgerweeshuis in Deventer staat Spasmodique geprogrammeerd met Soundgarden. De Amerikanen, die met het album Louder Than Love internationaal aan de weg timmeren, staan tot hun ergernis echter in het voorprogramma. Maar eerlijk is eerlijk, anno 1989 is Spasmodique in Nederland eenvoudigweg een grotere band dan Soundgarden.

Haven

Spasmodique-HavenIn 1990 brengt Spasmodique een plaat uit die de band het best definieert: Haven. De plaat ademt de zwarte romantiek van het nachtleven in een havenstad en de aanwezigheid van het wijde water. Vertwijfeling, wachten, drinken, nachtbraken zijn sleutelwoorden in de vertellingen en observaties van Ritsema. Maar de plaat draait ook om het vinden van een haven en thuiskomen. Het zijn dan ook havengeluiden die het album openen; Rotterdam is hier. Haven is luchtiger dan het drukkende North, al blijven muziek en zang bij vlagen confronterend en onheilspellend.

In het toegankelijke Waiting For Marguerite zingt Ritsema:
“Is this real, are we waiting for something
Us, the gang and the years rolling by”

Obsessie en verlangen domineren in het zwaardere The Ring:
“You’re asleep and I know what you are dreaming,
from a distance I control”

“Behind the scenery of your grey and empty life, a love hides”

Desperado’s van de grote stad, vechtend tegen de bierkaai. Echter, nieuwe wegen lijken zich aan te dienen in Waving To A Shadow, en in het slepende Last Train To Soberness dat zich met een bijna hypnotiserende kadans voortbeweegt: “Away from this ugly life”. In het afsluitende Haven kiest Ritsema wederom voor het perspectief van de underdog, de gebochelde op zoek naar verlossing.

Spasmodique-SpillingNaast Haven brengt Spasmodique in 1990 nog de single Spilling uit, een nummer dat niet op het album terug te vinden is. De band speelt begin jaren negentig wederom in Wenen en Boedapest. Hoewel de optredens van Spasmodique nog steeds goed zijn begint het bandleven toch een belasting te vormen. Temeer er de nodige vriendinnen in beeld komen en de echte doorbraak uitblijft. De bandleden zijn inmiddels rond de dertig en het wordt tijd voor wat anders. Het is belangrijk te stoppen voordat de band een sleets instituut wordt. De sterke afscheidstoernee vormt in 1992 een waardig einde.

In 2002 komt Spasmodique weer bij elkaar. Het eerste wapenfeit is het album From Villa Delirium, dat door Reinier Rietveld wordt geproduceerd. De band gaat ook weer op tournee, zij het zonder Martin Docters van Leeuwen. In november van dat jaar verschijnt ook het boek 20 Jaar Spasmodique, From The Cellar Of Roses, van de hand van Jean-Paul van Mierlo. In 2005 stapt Mark Ritsema uit de band. Hij duikt later op in Mecano. De overige bandleden blijven samenwerken, maar doen dit niet meer onder de naam Spasmodique.

Voorgaande aflevering Postpunk Nederland: MAM (deel 2)
Volgende artikel Postpunk Nederland: Clan of Xymox

Written in Music Nieuwsbrief