Rustin Man – Drift Code
Door op 16 februari 2019

Band: Rustin Man
Album_title: Drift Code
Genre: Alternative
Release_date: 02/01/2019
Label: Domino
Rating: Drieënhalve ster (3.5)
Soundsid: 3852890
Drift Code Rustin Man
3.5
3.5

Als je de hoes van de nieuwe Rustin Man bekijkt zou je denken dat dit een plaat gevuld met oud Hollandsche volksklassiekers, gespeeld op een draaiorgel, is. Het heeft wel een Nederlands tintje. De foto met daarop het bordje Rijswijk is gemaakt op de Hofweg in Den Haag. Dat is de enige link met ons land. Rustin Man staat voor Paul Webb. Samen met Beth Gibbons van Portishead maakte hij in 2002 al Out Of Season. Daar is duidelijk de hoofdrol weg gelegd voor de zangeres, en heeft het nog veel raakvlakken met Portishead, maar dan zonder de beat, en gaande naar het minimalistische van de laatste Talk Talk platen. Webb is vooral bekend als bassist bij deze band, al werd zijn rol steeds kleiner. Het duo Tim Friese Greene en Mark Hollis waren daar de smaakmakers; Webb werd toen al min of meer op een zijspoor gezet. Hollis leidt al jaren een terug getrokken bestaan. Bij Webb ging die gedachte ondertussen ook grotendeels op, en toen was daar geheel onverwachts Drift Code. Het eerste album volledig op zijn naam. In de tussentijd heeft hij zich muzikaal gezien flink ontwikkeld. Allang is hij meer dan een bassist. Met gitaar, keyboard, piano, accordeon en percussie kan hij zich ook aardig redden. Deze veelzijdigheid is een pre op Drift Code. Opgenomen vanuit een geïmproviseerde studio, gebouwd in een schuur in Essex.

rustin22

Verwacht je meer raakvlakken met de synthpop uit de jaren tachtig, dan kan dit een grote teleurstelling zijn. Eerder moet er toch aan het sfeervolle werk van de laatste Talk Talk periode gedacht worden. Zelfs de vergelijking met Portishead is niet zo ver weg. Alsof Webb zich inhield tegenover Gibbons in het fraaie Out Of Season, durft hij hier meer van zichzelf te laten zien. Na de prachtige piano opbouw en andere lichte orgelklanken op Vanishing Heart, pakt hij halverwege goed groots uit. Zijn behoorlijk karakteriserende stem laat het toe dat gemene film noir geluidsexplosies vanuit de gitaar weten te ontsnappen. Duidelijk afgekeken van jazzgitarist Adrian Utley, die zijn uiteindelijk gewaardeerde sporen bij Portishead verdiende. De grootste verrassing is echter dat Webb zich vocaal zo prima staande weet te houden, deze rol kennen we nog niet van hem. Vanuit het station worden we te woord gestaan in Judgement Train. Weg stervende treinen vormen de introductie tot een psychedelisch funky jaren zeventig sound. Waar verschillende gemixte vocalen gebroederlijk door elkaar heen wandelen, als druk bewegende passagiers op doorreis. Het heeft ook iets triest in zich, alsof onschuldige gevangenen geëxporteerd worden naar een werkgebied waar men geen bestaan van hoort te weten. Hoopvol, maar tevens onzeker en dreigend. Ik wacht wel op de volgende rit, deze vertrouw ik voor geen meter.

Bijna hemels stappen we in de soulvolle eenmansgospel van Brings Me Joy. De engelenzang ligt er veel te dik boven op, waardoor het zich bijna als een slechtlopende satire ontwikkeld. Maar toch roept het iets prettigs en vredigs op, dus wordt het hier goedkeurend geaccepteerd. Webb lijkt zich steeds meer op zijn gemak te voelen, en ondergaat de zangpartijen op Our Tomorrows probleemloos. De cinematische uitwerking leent zich hier prima voor. Bij postpunk bands heb ik vaak het gevoel dat er toen dwangmatig werd aangesloten bij de heersende trends, en dat men pas een aantal jaren later durfde terug te grijpen naar het geluid waar ze mee opgroeide, en welke ze daadwerkelijk vormde. Ook hier lijkt de platenkast van zijn ouders centraal te staan, en waar hij als jonge puber stiekem in de nacht met koptelefoon op naar luisterde. De jaren net voor de alles vernietigende punk, die elke vorm van cultuur als ouderwets bestempelde. Rituele verbranding kon nog net uit blijven. Our Tomorrows is zo’n gevalletje pre punk, al hebben de backings wel veel raakvlakken met Bowie. De trieste blazers staan voor het Armageddon. De aankondiging van een muzikale ontwrichting.

Het beheersen van de accordeon komt overduidelijk terug in het musical-achtige begin van Euphonium Dream, welke zich in die twee minuten tijd tot iets onheilspellends angstaanjagends weet te ontwikkelen. Bij The World’s in Town overheerst het jaren vijftig gevoel, iets wat de eerste tracks ook al kenmerkte, hier is het nog sterker aanwezig. De zang is wat slaapverwekkend, en ook voor mij is dit een hele zit. Gelukkig wil de psychedelische kosmische wending tegen het einde aan veel goed maken. Totaal anders is de vrolijkheid van het lekkere Light the Light. Niet dat dit zo baanbrekend is, maar wel een prima combi van bijna klassiek geschoold pianolessen met zomerse foute jaren zeventig B films soundtracks en een stuwende bas. Helaas benut hij dit instrument te weinig, terwijl het wel zijn basis bagage is. Als een crooner op zijn retour laat hij zich gelden op Martian Garden. Zoiets moet hij toch echt aan de grootheden over laten. Deze kwaliteiten bezit hij niet voldoende, waardoor het te theatraal over komt. Het kwetsbare van All Summer is net te ongeloofwaardig, dit had hij een tikkeltje kleiner en meer bij zichzelf moeten houden.

Drift Code is een stuk gevarieerder dan Out Of Season. De composities zijn goed uitgewerkt, maar je mist hier wel de doorrookte dramatische kwaadaardig, dan weer lief klinkende vocalen van Gibbons. Maar misschien zal de tijd leren om dit los van elkaar te zien.

Tracklisting Drift Code:

  1. Vanishing Heart
  2. Judgement Train
  3. Brings Me Joy
  4. Our Tomorrows
  5. Euphonium Dream
  6. The World’s in Town
  7. Light the Light
  8. Martian Garden
  9. All Summer

Written in Music Nieuwsbrief