Lou Reed: Van Coney Island Baby naar Street Hassle
Door op 17 november 2016

Artiest: Lou Reed

Metal Machine Music was succesvol als demonstratie van eigenzinnigheid  en experiment.  In de ogen van platenmaatschappij RCA en de fans van Reed was het album geen voltreffer; qua verkopen was het album verre van succesvol. Reed had het album gemaakt had als recalcitrant antwoord op de druk van de maatschappij om een album uit te brengen. In plaats van het afronden van de werkzaamheden aan Coney Island Baby waar hij feitelijk al aan werkte, bood hij het wat excentrieke Metal Machine Music. Als bitter gevolg moest hij de consequenties onder ogen zien van zowel de resultaten van het album als van de almaar toenemende spanning met het label. Rechtszaken met de producer waar hij mee brak en financiën die onder druk kwamen te staan, maakten het verhaal compleet. Toch wilden RCA en Reed niet uit elkaar, vooral niet omdat RCA geloofde in Coney Island Baby. Ze lieten Reed daarom zijn gang gaan en het album verscheen reeds ruim een half jaar na Metal Machine Music.

Het album opent met twee nummers die, als je ze vluchtig beluistert, beide door kunnen gaan voor bewerkingen van zijn klassieker Walk On The Wild Side. De bas in beide nummers gecombineerd met de zanglijnen stuurt je die richting op en, in het tweede nummer, Charley’s Girl, zijn het de gitaarlijnen en de zang van Lou die je helemaal het gevoel geven dat dit nummer het zusje is van de eerder genoemde hit. Toch zijn niet alle acht nummers bewerkingen van zijn grootste hit. She’s My Best Friend met zijn uitgesponnen gitaarwerk brengt enerzijds herinnering aan de Velvet Underground met een vleugje Rolling Stones en anderzijds met zijn koortjes aan het werk van David Bowie met wie Reed al eerder samenwerkte.

Lou Reed

Kicks met zijn fraaie jazzy klanken dient zeker benoemd te worden als we het hebben over Coney Island Baby. Hoe onderkoeld zowel de muziek als de zanglijnen zijn, in dit nummer legt Reed een fixatie voor geweld aan de dag die nog wel vaker in zijn muziek terug zou komen. Messen én de impuls om in actie te komen, iemand te snijden, te steken. Het nummer is ingetogen voor het grootste deel en alleen de zang van Reed lijkt wat meer gehaast te worden naar het einde van het nummer toe. De relaxte houding wordt voortgezet in het erop volgende A Gift waarin Lou zichzelf aanprijst, met gevoel voor ironie, als geschenk aan de vrouwen van de wereld.

Coney Island Baby wordt misschien niet gerekend tot de ultieme klassiekers uit het oeuvre van Reed, tegelijk is het een album dat betekenisvol is geweest voor Lou Reed als artiest en als mens. Zijn eigen gitaarspel mag er weer zijn nadat eerder mensen aangaven dat dat onder de maat was én hij heeft nadrukkelijk zijn draai gevonden in de liedjes, zowel muzikaal als tekstueel. Al zijn de teksten niet alle van diepe betekenis, Reed toont zich kwetsbaar. Het album sluit af met het titelnummer waarin Reed de boodschap “like to send this one out for Lou and Rachel” meegeeft en verderop zingt “Man, I swear, I’d give the whole thing up for you’ is een uitgesproken liefdesverklaring aan Rachel, de toenmalige levenspartner van Reed en, toevalligheid of niet, travestiet. Reed bracht zijn verklaring in een nummer waarin hij zijn jeugd terughaalt en benoemt hoe graag hij American football had willen spelen voor zijn coach. Het is mooi om de jeugdherinnering van archetypische mannelijkheid te zien veranderen in een liefdesuiting voor een man.

20004791Zijn volgende album, Rock And Roll Heart, begon ook met een liefdesverklaring. Liever gezegd met de mededeling I Believe In Love. Misschien niet eens zozeer ingegeven door Rachel, maar misschien veel meer door een hernieuwde omhelzing van het leven in vrijheid. Coney Island Baby was zijn laatste album voor RCA gebleken. Hier stond hij klaar om op het nieuwe label Arista de wereld te gaan veroveren. Met een titel als Rock And Roll Heart creëer je verwachtingen en, als je een classic rock album van een willekeurige artiest met deze titel zou beluisteren, dan zou je al aardig onder de indruk kunnen zijn van de nummers. Bij het verschijnen van het album was het toch geen succes. Was het het verwachtingspatroon? Waar andere bands en artiesten in de Verenigde Staten met hun rock succes hadden, of dat nu ging om Bob Seger of Warren Zevon, misschien wel de Eagles, het met hernieuwde energie gemaakte Rock And Roll Heart bracht Reed niet het succes waarop hij gehoopt had.

Het klinkt misschien vreemd. De band die Reed hier om zich heen had verzameld met Marty Fogel op saxofoon, Michael Fonfara op toetsen, Michael Suchorsky op drums en Reed zelf op gitaar en piano bracht rock en dan weer nummers die zo nu en dan flink jazzy doorspekt waren. Of het nu echt de Bowie invloed was of toeval, feit is dat de sax soms net zo’n leidende rol mocht hebben als bij het werk van de Britse ster. Misschien was het album teveel uit balans en waren de jazzy stukken teveel contrair aan de soms bijna classic rock achtige nummers als het titelnummer of de semiballade Ladies Pay of het fraaie You Wear It So Well dat we al kenden van The Velvet Underground. De afhankelijkheid van drugs groeide en de tour die volgde op de release van het album, was al evenmin een succes. Door gezondheidsproblemen van Rachel brak Reed de tour onderweg af. In retrospectief is het meer dan de moeite waard het album nog eens te beluisteren. Het is misschien niet het diamantje aan de kroon van Reed, dan nog is het mooi te horen wat Reed maakte toen hij het gevoel had zijn vrijheid die hij toen net teruggewonnen had.

Introspectief, cynisch en klaar om de wereld en zichzelf aan te pakken. Als je het eerste nummer van Street Hassle hoort, Gimmie Some Good Times, dan hoor je meteen hoe Lou zich zelf op de hak neemt, tegelijk met Sweet Jane, een van zijn eigen dierbare creaties. Het album is weinig gericht op het overbrengen van rock ‘n roll als kick. Het zijn eerder de tonen van Batman’s Gotham dan die van Detroit Rock City. Geen vuisten in de lucht, maar eerder verbittering gevat in muziek. Korzelig, grauw en tegelijk zo inspirerend als maar zijn kan. Reed is op dit album ergens een zich zelf kastijdende poëet die zich tegen wil en dank de punk in zingt en speelt, terwijl hij zich daar in feite ook tegen af wil zetten. Het donkere Dirt, in zijn combinatie van korzeligheid en sonore zang, laat het rock idioom achter zich en schuurt, niets ontziend, daar tegen aan. Dat voelt al helemaal zo als hij het nummer van Bobby Fuller reciteert, I Fought The Law. De gitaar zet daarna een instrumentale versie in van het einde van Hello Goodbye dat het nog meer maakt tot een streep onder het verleden.

Dan, als je de eerste twee nummers gehad hebt, klinkt het titelnummer. Een trip door de tijd. Als je van een generatie bent die dit nummer eerst hoorde in de bewerking van de Simple Minds op Sparkle In The Rain, dan heb je vooral de neoromantische benadering gehoord waar zowel de toetsenist als de gitarist schitteren naast de emotioneel geladen zang van Jim Kerr. Al was dat misschien al een fraaie kennismaking met het nummer, de oorspronkelijke versie van Reed, op het gelijknamige album, is veruit de mooiere. Reed mixt erotiek en dood in dit nummer en brengt dat in een muzikaal drieluik dat zeker op het moment van verschijnen zijn gelijke zomaar niet kende. Wat het nummer uiterst fraai maakt, is de manier waarop Lou het sober weet te houden, ook in het strijkarrangement en tegelijk zoveel sfeer in het nummer weet te brengen. Los van de onthutsing die zich destijds van het publiek mogelijk meester maakte vanwege de expliciete tekst, het nummer is pure New Yorkse poëzie op muziek gezet. En let op: een jonge Bruce Springsteen voegt nog wat woorden toe in dit nummer.

De tijd zal zich niet vriendelijk uitspreken over I Wanna Be Black; het nummer, hoe ironisch misschien ook bedoeld, kan zich niet losmaken van de teksten die ontegenzeggelijk een raciale streep trekken en een discussie in zich dragen waar de discussie hier, die samenhangt met het Sinterklaasfeest, wat bleekjes bij afsteekt. Wat de drijfveren van Reed ook geweest zijn, ook in muzikaal opzicht is het nummer geen hoogvlieger. Had hij de titel van het laatste nummer, Wait, van het album maar ter harte genomen, dan had hij zich misschien wel bedacht. Gelukkig is dat de enige negatieve uitschieter op het album. Street Hassle, het album is in de catalogus van Reed een mooi donker document, een portret van de stad New York en zijn zelfkant. Street Hassle, het nummer, zet hem neer als muzikaal poëet, veel meer dan eerder van hem gedacht kon worden aan de hand van zijn hits. Zeker een album om nog eens heerlijk in te duiken: Gimme Some Good Times!

Andere artikelen in de Written In Music Lou Reed-special: