Knarsetand: Veel meer dan muziek alleen
Door op 30 september 2014

Band: Knarsetand
By: Marcel Hartenberg

20 augustus 2014. Een zonnige namiddag is het als Martijn Holtslag op station Nijmegen aankomt. Wereldverbeteraar, rapper, producer en dichter in één. In een jonge geest. Relaxed ogend en tegelijk enthousiasme uitstralend als hij zich voorstelt. Een mooi begin voor een interview over de invloeden van Martijn, hoe Knarsetand ontstond, de boodschap van Knarsetand en meer. Tegenover het station een fijne locatie om het gesprek aan te gaan.

WiM: Aan My Escape hoor je een diversiteit aan invloeden. Jij hebt die met name ingebracht. Wat zijn voor jou de voornaamste invloeden?
Oorspronkelijk kom ik uit de hiphop en rap. Daar ben ik mee opgegroeid. Niet zozeer de gangsterrap, daarvan vroeg ik me altijd af wat nu echt de boodschap was. Voor mij klonk dat vooral opschepperig en oninteressant; ik had er niets mee. De muziek van Eminem en het solo-album van Fort Minor, de rapper van Linkin Park, vond ik wel te gek en dat was voor mij meer muzikale leidraad. Vergelijk je het met gangsterrap, dan is dit veel meer gericht op melodie. En met een boodschap. Dat geldt ook voor Nederlandse hiphop als Opgezwolle en Typhoon. En uit de underground de rapper Manu. Tekstgerichte rappers met melodie. Daar kwam voor mij de ontdekking van de reggae bij toen een rapper mij vroeg voor hem een reggaeproject te produceren. Dat leek mij eenvoudig, reggae, maar daar had ik me heel erg in vergist: het was veel moeilijker dan ik dacht. Ik ging me verdiepen in de reggae want ik wilde het wel goed doen. En zo kwam ik uit bij Bob Marley. En er was veel te ontdekken. Misschien denk je, dat is wel de meest voor de hand liggende reggae artiest, ook door de veelheid aan hits, maar juist daarnaast de underground en roots reggae nummers van Marley laten horen hoe veelzijdig hij als artiest is. En de sterkte van Bob? Hij kon zowel muzikaal artistieke waarden in zijn muziek leggen, een groove neerzetten en, als het nodig was, kon hij ook een treurige boodschap neerzetten op een rustgevende manier. In zijn muziek stonden zijn boodschappen zeer zeker centraal.
Ongeveer tegelijkertijd ontdekte ik Manu Chao. Je ziet het al, melodie, groove, gaan voor mij hand in hand met de boodschap. Als het goed is, hoor je juist dat bij Knarsetand terug.

Martijn

WiM: Wat is voor jou het verschil tussen de muziek die je eerst maakte en wat je nu met Knarsetand doet?
Als rapper en producer waren voor mij de ‘loops’ heel wezenlijk. De loop als basis voor een nummer en daarop variëren. Geluiden toevoegen, variëren en zorgen voor een productie die die loops helemaal tot hun recht laten komen. Nog iets meer van dit, iets minder van dat. De sound maken, dat was belangrijk in mijn muziek. Nu, met Knarsetand, heb ik dat echt moeten leren loslaten. Het gaat nu om de liedjes. Zeker niet om loops. En ja, daarbij, we combineren veel stijlen, veel genres en dat vraagt eveneens om aandacht bij de productie, maar heel anders. Het gaat niet om trucjes, om hoe je het voor elkaar krijgt. Ik voel me meer liedjesschrijver dan wat dan ook. Iemand die in teksten en concepten denkt en daar, nu dan samen met Knarsetand, een kunstwerkje van maakt. Het moet allemaal bij elkaar passen en alles moet in functie staan van het liedje. Of dat nou de sound van de drums is, wat dan ook, het moet bij het thema van het nummer passen en in het totaalplaatje passen. Het gaat om het liedje.

WiM: Wat kun je zeggen over de productie van My Escape?
Ik deed de productie zelf. Ik maakte alles eerst in de studio alles zelf. Daarna brachten we het naar optredens en dat ontwikkelden we door en dat namen we vervolgens weer op. En dat heb ik weer doorgeproduceerd. We werkten twee jaar aan het album. Ik denk dat ik zelf binnen een paar weken de nummers voor het album af had. Maar daarna gingen we met de band mee en speelden we festivals en keken we naar wat werkte en naar wat niet werkte en dat namen we allemaal mee de studio in. Het hele opnemen in de studio duurde ongeveer een maand. Het mixen van een band van tien mensen vraagt veel tijd. Je hebt immers zo ontzettend veel materiaal waar je één geheel van moet maken. We hebben gelukkig kunnen werken met een heel goede studio-engineer en studiobeheerder die hier zeer bij hielp. Ik houd van rare geluiden en de engineer zat er heel strak in. Dat hielp behoorlijk.
We variëren in de muziek. Nummers als Flying Away, Gypsy Parade en Insomnia zijn misschien wel de vetste nummers van het album. En juist in deze nummers telt de boodschap minder dan het liedje. Dan kies ik er bewust voor mensen mee te nemen in de muziek, even goed in de lijn van de boodschap van het album. Die afwisseling hoort ook er voor mij ook wel bij. Als ik zelf muziek luister, staat die boodschap vaak ook niet centraal. Op Bob Marley na, misschien. Ik luister veel naar Bonobo en dubstep. Dan telt de boodschap niet; het gaat dan echt om de grooves en de sfeer. Het is dan de muziek die je meeneemt.

WiM: De boodschap hoort er wel bij?
Ik begrijp niet dat we wel kunnen luisteren naar muziek zonder inhoud en dat dat scoort, terwijl muziek met een boodschap dan niet overkomt. Ik kan me daar erg over opwinden. Als jonge rapper verzette ik me daar heel erg tegen en wilde ik mijn boodschappen heel direct brengen. In de ontwikkeling van Knarsetand pakken we dat anders op en brengen we de boodschap met onze muziek. Goeie liedjes die net zo aangenaam zijn als de liedjes die nu in de Top 40 staan; dat proberen we dan wel te bereiken. En we houden de boodschap overeind. We dragen die zeker uit. We raken daarnaast mensen door de muziek en of die muziek swingt. En of het gezellig is. Maar live laten we genoeg ruimte om de boodschap te laten klinken. Het ligt aan de setting. Zoals nu, in de clubtour, doen we dat zeker. Dan kunnen we ons uitspreken. Het is wel heel dubbel. Enerzijds wil ik juist afstand kunnen nemen van de ellende die er in deze wereld is en de mensen erin meenemen en afleiding daarvan bieden en tegelijk, een punt maken en laten zien wat er mis is en wat er veranderd kan worden.

WiM: Knarsetand was er niet van de ene dag op de andere. Wat kun je zeggen over de ontwikkeling van Knarsetand?
Als rapper speelde ik al met veel verschillende muzikanten. Ik kwam er echt regelmatig iemand bij tegen waarvan ik dacht: “Oh, daar wil ik wel eens mee spelen”. Toen mijn ideeën steeds concreter werden, heb ik iedereen gebeld en gevraagd. Ik dacht in het begin: “Eindelijk! Nou gaan we mijn droom realiseren.” Maar daar heb ik wel mijn hoofd mee gestoten. Ik dacht, net als met reggae muziek, het zo even te doen, klaar, maar het was heel pittig om alles wat ik bedacht heb, samen te laten klinken. In mijn gedachten, eigenwijsheid wilde ik van alles. Als je het dan in de praktijk moet brengen, is dat wel even anders. De balans tussen wat ik belangrijk vond van tevoren, kon in de praktijk heel anders uitpakken. Ik leerde toen ook dat mensen geen computers zijn. (Lacht.) Mensen reageren niet alsof je op een knopje drukt. Je communiceert met mensen. Je kunt er niet van uit gaan dat één keer iets neerzetten uit betekent dat ze altijd datgene doen wat jij in gedachten hebt. Juist niet. Dat betekent juist dat je samen in gesprek moet blijven, samen op zoek blijven naar hoe het geluid het beste tot zijn recht komt. In producersland daarentegen is het allemaal denken over vormen en hoe je iets laat klinken en daar zaten mijn gedachten nog wel vaak. Ja, als je dan met een band en voor publiek gaat spelen, pakt het heel anders uit. Dan ga je heel erg terug naar de essentie. De band is duidelijk ook veel dan meer dan een verzameling studiomuzikanten. Ze spelen en denken echt mee, hoe perfectionistisch ze soms ook kunnen zijn; ze willen dus echt meer dan alleen meespelen. Ik ben ontzettend blij met hen.

WiM: Knarsetand live, hoe is dat?
Het plezier dat we samen hebben in het maken van de muziek en het spelen voor mensen, maakt daar al veel van uit. We zijn ook wel vrienden geworden. We hebben veel plezier. Samen maken we de setlists en live spelen we meer dan alleen het album afhankelijk van waar we spelen, een festival of een eigen show. Een clubshow geeft ons veel meer mogelijkheden. Op een festival moet je je veel meer bewijzen tegenover andere bands. Daarbij, festivals zijn ook meer en meer consumptie geworden. Je wordt achtergrondmuziek en niet meer muziek om te beleven. Het is dus nog belangrijker geworden om daar in één keer je punt te maken. We hebben een set nu samengesteld waarin we helemaal thuis zijn. De set klinkt als een klok van voor tot achter. Dat maakt het voor ons soms lastig om er een nummer uit te halen. In het najaar gaan we weer clubshows doen. We zijn er trots op dat we op het Amsterdam Dance Event staan. We spelen daar omdat we alles live doen. Zo tof om daar te spelen! We gaan daar een heel strakke show neerzetten.
Juist dat, dat samen spelen is voor mij My escape. Weg van de zolderkamer. Het is zo leuk om er te staan en er te spelen met elkaar, dan zijn de regels helemaal anders. Op het moment dat je kiest om voor publiek te spelen, dan moet het ook goed zijn.

Knarsetand

WiM: Live spelen voor publiek, je boodschap overbrengen, tegelijk maak je met Knarsetand deel uit van de muziekindustrie.
Het is cru dat je gewoon in een business zit terwijl je eigenlijk gewoon kunst wil maken. Misschien klinkt dat wel wat pretentieus. Maar ik wil meer brengen dan alleen entertainment, ook iets van mijn gedachtegoed overbrengen en iets van mezelf daarin leggen wat het boeiend maakt. Zorgen dat het zeggingskracht geeft en urgentie. Het is cru dat het veel mensen niet meer iets uitmaakt. Muziek is verworden tot achtergrond. Je draait het op Spotify en belt tegelijk met je vrienden en je hebt 5 Facebookchats open staan. Er wordt bijna niet meer echt geluisterd. Vroeger was dat anders, het was een volledige tijdsinvulling waar je echt voor ging zitten. Muziek is gedevalueerd. Mensen kopen het ook niet meer. En dat maakt het cru, het is wel een business waarin je werkt en ja, je wordt dus meer en meer een product. Waarbij je moet nadenken over vorm en noem maar op. Knarsetand is al een product, een andere vorm van een boodschap brengen. Een keuze om toch ook die boodschap te brengen waar vroeger de rapper dat stoïcijns deed doen we dat nu anders. Een U-bocht nu om diezelfde boodschap anders te brengen. Het is dus een zorgvuldige balans tussen onze boodschap brengen en die met aansprekende muziek naar zoveel mogelijk mensen te brengen zonder ons zelf te verliezen.

WiM: Wat is voor jou de belangrijkste drijfveer in muziek?
Dat is voor mij dat ik een verhaal kan vertellen. Daar zit voor mij de vonk. Ik probeer van de beelden die ik heb, juist een beeld neer te zetten dat herkenbaar is voor anderen. Niet mijn persoonlijke verhaal. Bijvoorbeeld in My Escape. Daar is dat volgens mij wel goed gelukt. Ik wil iets brengen dat er voor meer mensen toe doet. Luisterbaar, waarneembaar. Dat is de drijfveer om er een kunstwerkje van te maken. Om iets te voelen en te ontdekken hoe ik dat het beste vorm kan geven.

Knarsetand

WiM: Waar staat Knarsetand over twee jaar?
Dat is lastig te zeggen. Op korte termijn staat de clubtour op het programma, maar hoe het erover twee jaar uitziet, daarvoor zijn we van heel afhankelijk. Hoe worden we geprogrammeerd, hoe worden we gedraaid? We hebben veel gebouwd aan hoe we live overkwamen en hoe we op de radio overkwamen, daar ligt voor ons wel een belangrijke basis. Als we volle zalen trekken, dan zijn we interessant voor boekers.
Een nummer als Realize Paradise heeft een vergelijkbare aantrekkingskracht als andere nummers, maar toch wordt het minder gedraaid. Volgens de radiomakers is er dan toch andere muziek die de voorkeur geniet. Het heeft wel een mooie boodschap: realiseer je wat het paradijs inhoudt, hier en nu op aarde, maar, realiseer je ook dat je er iets voor moet doen. Het komt niet vanzelf.

WiM: Een laatste vraag. Waarom nou Knarsetand?
Eerlijk gezegd omdat ik zelf nogal vaak knarsetand als ik naar de wereld kijk. Of zaken in mijn eigen leven. Die maken dat ik soms gewoon knarsetand. Waarom moet het zo? Waarom kunnen we het niet anders maken? Tegelijk, het is ook de klank, het gevoel: knarsetanden betekent ook: kom, we pakken het aan. Die drive, die wil ik er ook mee weergeven.

We verlaten de gezellige locatie tegenover Nijmegen Centraal Station. Een broeierig warm Lux wacht, waar Martijn met Knarsetand hun muziek en boodschap aan een nieuwe generatie studenten brengt. Wat je achtergrond ook is, laat je inspireren door Knarsetand en de muziek en de boodschap die er ook voor jou is: Realize Paradise en geef beide de plaats die ze verdienen. Dank je wel, Martijn.

Foto’s: Isabelle Renate la Poutré