Interview met Joseph Mount van Metronomy
Door op 15 juli 2014

Band: Metronomy
By: Pieter Visscher
Date: 07/15/2014
Label: Warner

Joseph Mount, de 31-jarige oprichter, zanger en liedjesschrijver van Metronomy, vindt het prettig om met zijn computer en keyboard te spelen en zo zijn liedjes tot stand te laten komen. ‘Ik kan daar uren achter elkaar mee bezig zijn. De ene keer lukt het beter dan de andere keer.’ Mount week van die methode af voor de laatste plaat van de band, Love Letters, dit jaar verschenen op zowel cd als vinyl. ‘Het album is wat traditioneler tot stand gekomen. Dat voelde als een soort contradictie, omdat ik het heel moeilijk vind de computer te negeren. Niettemin heb ik ook in deze manier van werken veel plezier gehad.’ Love Letters is een plaat die uitpuilt van de smaakvolle indiepopliedjes, waarin elektronica evenwel nog altijd een prominente plaats inneemt.

De alleenheerschappij van Mount vormt geen probleem voor de drie bandleden waarmee hij de albums van Metronomy  -  vier tot nu toe – opneemt. Live wordt het kwartet aangevuld met een extra bandlid. Mount noemt ze vrienden, waarmee hij graag het podium deelt. Dat zie je terug in de frivole optredens, waar bandleden geregeld van instrument wisselen en er geen twijfel bestaat over de cohesie binnen de formatie.

Mount is afkomstig het Zuid-Engelse Totnes, een dorp in een prachtige omgeving, waar de bevolking zich laaft aan muziek, kunst en theater en zich niet laat leiden door conventies. ‘Mijn afkomst heeft een groot effect op mij als muzikant en op wie ik ben geworden’, zegt de welbespraakte Brit. ‘Ik ben opgegroeid in een schitterende omgeving, waar ook nog eens veel open minded mensen wonen. Als het zonnig is, is het de mooiste plek op aarde. Echt waar. Maar het regent ook vaak.’

Die weertypes worden min of meer geprojecteerd op de muziek van Metronomy, die soms heel uitbundig is, maar ook geregeld ingetogen of daar zelfs precies tussenin zit. Boven alles is het vakmanschap van Mount onmiskenbaar. Met name de twee laatste albums, The English Riviera en Love Letters, zijn niet voor niets wereldwijd bewierookt.

Wanneer ik Mount vertel dat een vriend van me na het ontdekken van Metronomy een gat in de lucht sprong en zijn band zelfs in no time tot zijn favorieten is gaan behoren, veert hij even op van zijn stoel en verschijnt de eerste grijns vanachter een trendy zonnebril. ‘He’s a good guy’, lacht-ie. ‘Het is grappig wanneer je je realiseert wat je muziek met mensen kan doen, hoe het hen kan raken. Ik blijf het heel speciaal vinden om dat soort dingen te horen. Negativiteit is immers het makkelijkste wat er is. Echt, prettig om te horen dus, nogmaals.’ Mount is duidelijk geen type dat blasé raakt van loftuitingen.

Invloeden

Gevraagd naar artiesten die hem muzikaal hebben beïnvloed bij het schrijven van zijn liedjes, is de Engelsman stellig: The Beach Boys. Een naam die niet voor niets geregeld doorgalmt in de songs van Metronomy, hoewel nooit overheersend. ‘Ik kom eigenlijk steeds meer tot de conclusie dat ze een plaat hebben gemaakt voor al mijn stemmingen. Ze zijn belangrijk geweest voor me en nog steeds. Maar dat geldt ook voor iemand als Stevie Wonder. Wanneer ik opsta en het is lekker zonnig, zet ik vaak een album van hem op. Op dertien-, veertienjarige leeftijd ben ik al begonnen met het luisteren naar zijn muziek.’

Het zijn niet alleen de vaak prettige weersomstandigheden in Totnes waar Joseph Mount opgewekt van raakt; alle lof die met name de laatste twee albums van Metronomy kregen toebedeeld, doet ‘m erg goed. Al is hij geen type dat daarvan in de war raakt en naast zijn schoenen gaat lopen. De nuchterheid zelve wat dat betreft zelfs. ‘Vanzelfsprekend zijn al die positieve geluiden geweldig om te horen en lovende recensies hartstikke fijn om te lezen. Toch hoeft er maar één negatief stuk tussen te zitten hoor, om me niet te laten zweven. Je  moet namelijk altijd oppassen dat het niet met je aan de haal gaat’, is hij stellig. ‘Dat is ronduit gevaarlijk. Kijk maar naar zo’n Kanye West. Die is er zelfs stapelgek van geworden.’ Er verschijnt een tweede glimlach op Mounts gelaat.

Foto: Andries Makkinga