Cocteau Twins – Treasure
Door op 18 november 2015

Band: Cocteau Twins
Album_title: Treasure
Genre: Alternative/Pop, dreampop
Release_date: 01/03/2015
Label: 4AD
Rating: Vierenhalve ster (4.5)
Soundsid: 1011142
Treasure Cocteau Twins
4.5
4.5

In 1983 bestond Cocteau Twins uit Robin Guthrie (gitaar) en Liz Fraser (zang). Bassist Will Heggie had de band verlaten en zou enkele jaren later de groep Lowlife formeren. Nadat Cocteau Twins in datzelfde jaar met het tweede album, Head Over Heels, had aangetoond een blijvertje te zijn, versterkten Guthrie en Fraser zich met bassist Simon Raymonde om daarmee ook direct iemand met productionele vaardigheden binnen de band te halen.

In het najaar van 1984 verscheen Treasure, de eerste elpee van het trio. Het album zette de band definitief op de kaart, zowel in Europa als in Amerika en Azië. Woorden schieten nog steeds tekort bij het beschrijven van de muziek van Cocteau Twins en dit geldt ook absoluut voor het materiaal op Treasure. Betoverend, confronterend, verontrustend, prachtig, sprookjesachtig; het zijn slechts enkele van de woorden die bij beluistering te binnen schieten. Treasure klonk milder dan voorganger Head Over Heels maar was even bijzonder.

Treasure voerde al snel de indielijsten aan maar verkocht ook opvallend goed onder het bredere publiek. Het album bereikte zelfs de top 30 van de UK-album charts. Een bijzondere prestatie voor een plaat uit de independent scene en iets wat de bandleden zelf waarschijnlijk nooit verwacht hadden. Simon Raymonde was immers nog maar kort bij de groep en Treasure was in een maand opgenomen. In feite was het hele album een haastklus. De band had zich tot eigen ongenoegen veel te veel laten opjagen en in een hoek laten drukken.

Desalniettemin zou Treasure zich tot een van de populairste Cocteau Twins-albums ontwikkelen. Een plaat als een oud stuk perkament dat langzaam zijn geheimen prijsgeeft. Het begon al met de hoes, een wat duister maar fraai beeld van een paspop, wat aan het zicht onttrokken door sluiers en herinneringen oproepend aan vervlogen tijden. De muziek sloot hier fraai op aan: soms donker en mystiek, dan weer opwekkend en licht. Guthries gitaarpartijen, badend in effecten, Raymondes solide bas en de scherpe rand van de drummachine stelden de verlegen Fraser in staat op de meest uiteenlopende wijzen te schitteren achter de microfoon. Haar teksten waren vrijwel niet te volgen en vormden een sensuele klankwereld op zich.

Ivo (verwijzend naar labelbaas Ivo Watts) was de prachtopener, met zijn fraaie akoestische golven en machtige gitaareruptie. Lorelei was een klassieker in de dop: een song vol verwondering en blijdschap, met Fraser die vocaal flink de hoogte in ging; een onvergetelijke werkstuk in het oeuvre van de band. Beatrix was feeëriek, organisch en mystiek terwijl Persephone hier ruwheid, een machinale beat en scherpte tegenover zette. Met de verstilde pracht van Pandora sloot Cocteau Twins een bijzonder indrukwekkende A-kant overtuigend af: muziek voor terugtredend daglicht of een versluierde zonsopgang.

De songtitels kwamen voort uit Frasers idee om met een collectie van tien mysterieuze, pseudo-mythologisch klinkende namen te komen, mooie woorden die van zichzelf al allerlei diverse beelden en verwachtingen konden oproepen. Tot Frasers verbazing kwam ze zowel in Engeland als in Nederland drie dicht bij elkaar liggende huizen tegen met namen die op Treasure figureren. En dat terwijl de songtitels spontane opwellingen waren, zonder enige vorm van research bij elkaar gebracht.

Kant B van Treasure opende met het aangrijpende Amelia, waarbij de vocale klasse van Fraser zich op een bijna-opera-achtige wijze openbaarde. Aloysius bracht een iets meer lichtvoetige toets aan terwijl Cicely onbestemder klonk door grimmige baslijnen en dwarse achtergrondgeluiden. Eens te meer werd het duidelijk: Treasure bood een scala aan en kleuren maar bleef toch opvallend coherent. Op Otterley, wederom een betoverend mooie track, was Fraser niet veel meer dan een stem in de mist. Het afsluitende Donimo, met zijn fraaie koorklanken waaierde mooi uit. Een memorabel stuk voordat de sluiers weer voor de droomwereld van Treasure werden getrokken.

Cocteau Twins deed promotie bij John Peel en het tv-programma Whistle Test. Echter, de band besloot geen clips te maken en men nam – niet geheel tevreden met de muziek op Treasure – slechts enkele nummers van de plaat op in de live-sets van de jaren erna. In 1985 trok de band naar Japan waar de band door duizenden enthousiaste fans zou worden belaagd. Veel fans meenden Japans te horen in Frasers zang. Het algemene beeld in Japan was ook dat Cocteau Twins volledig uit vrouwen bestond. ‘They were brilliant’, aldus Fraser, ‘but a bit confused’.

De ervaringen in Japan waren typerend. Cocteau Twins was een moeilijk te doorgronden band die in een eigen wereld leek te opereren en zich niet conformeerde aan het tijdsgewricht waarin men actief was. Dit was uiteindelijk ook wat de band uniek en tijdloos maakte. Binnen het bijzondere oeuvre van Cocteau Twins is Treasure zonder meer een van de hoogtepunten, ook al dachten de bandleden daar zelf anders over.

Tracklisting Treasure:

  1. Ivo
  2. Lorelei
  3. Beatrix
  4. Persephone
  5. Pandora
  6. Amelia
  7. Aloysius
  8. Cicely
  9. Otterley
  10. Donimo

Officiële releasedatum: 1 – 11 – 1984