Bloedmooie zomeravond met briljante John Grant in Caprera
Door op 23 juli 2014

Artiest: John Grant
Label: Bella Union
Loc_venue: Caprera
Loc_city: Bloemendaal

Wanneer het meezit, er een minimaal briesje staat en de temperatuur de hele avond schommelt rond de twintig graden, is er geen betere plek om een concert bij te wonen dan in openluchttheater Caprera in Bloemendaal. De omstandigheden zijn derhalve optimaal tijdens een avond John Grant, die wordt voorafgegaan door de Alkmaarse singer-songwriter Yori Swart. Zij speelt haar breekbare liedjes blootsvoets op akoestische of elektrische gitaar.

Prima opwarmer voor Grant, die overdag, zo zegt-ie, iets geheel ongewoons heeft gedaan: een fiets huren. Om Haarlem te verkennen. Hij raakte onder de indruk van de stad en is dol op de Nederlandse taal. Grant is ontspannen. Dat merk je aan alles. Hij zingt niet alleen de sterren van de hemel, hij ontpopt zich ook nog eens als stand-upcomedian tussen de nummers door. Zijn IJslandse begeleidingsband kent die capriolen inmiddels en laat de kolderieke hoon die Grant zo nu en dan over heeft voor zijn mannen grijnzend toe. ‘They’re all assholes.’

John Grant @ Caprera Bloemendaal

Muzikaal is Grant serieus als altijd. Hij is zichtbaar tevreden en onder de indruk van de ambiance in het door naaldbomen omringde theater. Er wordt gedanst tijdens uitgesponnen versies van het krachtige Pale Green Ghosts – titelnummer van zijn tweede soloalbum – en het swingende Black Belt. Nummers waarin elektronica de hoofdrol speelt en Grant zijn liefde voor onder andere Depeche Mode en Eurythmics niet onder stoelen of banken steekt. Die doet nog meer opgeld in de powerballad You Don’t Have To, als uitdrukkelijke seksuele content en zelfspot vloeiend in elkaar overlopen; ‘Remember how we used to fuck all night long? Neither do I, because I always passed out.’

Het is niet alleen de kracht van de composities in samenhang met die spannende, inhoudelijk sterke teksten, waarmee Grant Caprera in vervoering brengt, dat staat ook allesbehalve los van de grootse kwaliteit van het geluid en die is in de buitenlucht weleens anders. Het is ook daardoor dat gevoelige tracks als Sigourney Weaver en het door Twin Peaks geïnspireerde Marz, beide afkomstig van zijn meesterlijke solodebuut Queen Of Denmark, extra binnendringen. Dat geldt bovendien voor het vrij ingetogen, maar tekstueel uitbundige GMF (‘I am the greatest motherfucker that you’re ever gonna meet’). Grant legt uit dat de tekst tot stand gekomen is na het zien van de klassieke Woody Allen-‘documentaire’ Zelig waarin Allen op krampachtige wijze een man met een te laag zelfbeeld speelt. Iemand die door iedereen aardig gevonden wil worden.

Grant heeft wel door dat hij nogal wat tijd besteedt aan de inleidingen voor zijn songs en weet ook daar een grap uit te slepen. Al dat gebabbel drukt de pret geenszins, want de Amerikaan is een rasverteller, wiens eloquentie terug te vinden is in zijn teksten. Zoals in het persoonlijke, over homofilie handelende Glacier: ‘This pain, It is a glacier moving through you / And carving out deep valleys’. Hij leidt het nummer in door stil te staan bij de terreuraanslag in Oekraïne, waar bijna 300 mensen het leven lieten, waaronder een kleine 200 Nederlanders.  Alles wat Grant zegt, komt binnen, of dat nu uiterst serieus is, hilarisch, of niet van zelfspot gespeend. Het voor 90 procent gevulde Caprera begroet al die woorden met gepast applaus of gejuich.

In de toegift heeft de casual geklede entertainer (T-shirt, spijkerbroek en sportschoenen) een verrassing in petto:  twee nummers van zijn vorige band The Czars, het prachtige Paint The Moon en het stemmige Drug. Hij heeft meer fraais voor het laatst bewaard, zoals het bloedstollend uitgevoerde Caramel, als Grant op de toppen van zijn kunnen laat horen welk een begenadigd zanger hij is.

Eigenlijk weet je van tevoren dat de combinatie John Grant en Caprera weleens voor een magische avond kan zorgen. Het is ronduit geweldig dat het in de praktijk net zo uitpakt als voorgesteld.

Foto: Noemi Carmona Laan