2018: Het jaar van Rolling Blackouts Coastal Fever
Door op 01 juni 2018

Band: Rolling Blackouts Coastal Fever
By: Edwin Hofman
Date: 06/01/2018
Label: Sub Pop

De eerste twee EP’s van Rolling Blackouts Coastal Fever, uit Melbourne, stonden bol van de energieke, dynamische gitaarpop. Even eigenwijs als pakkend; het vijftal leek al bij eerste releases al direct zijn vorm te hebben gevonden, want wat klonk het allemaal lekker en vooral uitgekristalliseerd. Nu het eerste album op stapel staat – en we kunnen nu al zeggen dat het jaarlijstenmateriaal is – is het de hoogste tijd verhaal te halen. Written in Music spreekt met zanger/gitarist Fran Keaney, die zich in de bus van de band bevindt, onderweg naar Spanje.

WiM: Waar bevinden jullie je nu eigenlijk?
We zijn net weg uit Brussel. We hadden in AB (Ancienne Belgique) gespeeld en gaan nu naar Barcelona, Primevara. Het was een hele rit naar Brussel toe want we kwamen uit Berlijn. Daarvoor waren we in Hamburg. En op London Calling, in Paradiso. Mooi om daar weer te zijn. Groningen (Vera) was ook te gek. Geweldig om al die posters te zien van bands die daar vroeger hebben gespeeld. Het is mooi om nu al zulke goede reacties op de plaat te krijgen. De songs hebben een tijdje ‘achter slot en grendel’ gelegen. Je weet pas of het werkt als ze openbaar zijn, pas dan leven ze, is het echt.

WiM: Jullie hebben ver weg buiten de stad opgenomen. Dat was bewust, begreep ik.
We wilden graag met een mobiele studio werken. We nemen liever niet op in een ‘echte’ studio. De EP’s hebben we ook in de oefenruimte opgenomen. Met iedereen tegelijk, dat werkt vaak het best voor ons. En dan nemen we de meest energieke take. Dat kan dan best een versie zijn die vanuit metronoom-perspectief niet de beste is! Het was ook goed om ver buiten de stad op te nemen. Liam (Judson) nam vanuit Sydney zijn portable studio mee. Wij kwamen vanuit Melbourne. Het was in Bellingen, waar Marcel (Tussie, drummer) vandaan komt. We verbleven langs een kreek, vlakbij de bergen. Heel fijn.

WiM: Het openingsnummer en de single An Air Conditioned Man is helemaal raak. Daar leg je meteen al even iets neer…
Die hebben we bewust vooraan gezet, als een soort eh… ouverture. Het is het langste nummer, een soort manifest voor het hele album. Zoals meerdere nummers gaat het ook hier om geconfronteerd worden met ‘grotere concepten’ als je jeugd verliezen, sterfelijkheid en tijd, zoals bijvoorbeeld ook terugkomt in het nummer Time In Common. Het gaat uiteindelijk om het vinden van ‘kleinere’ maar belangrijke zaken zoals liefde en vriendschap in je eigen omgeving.

WiM: We lazen ook over het nummer Mainland. Kun je nog even uitleggen waar dat over gaat?
Die song is door Tom (zanger/gitarist) geschreven. Hij ging naar Italië, het eiland waar zijn familie oorspronkelijk vandaan komt. Daar ontrolde zich toen het vluchtelingendrama. Aan de ene kant is de omgeving paradijselijk maar 5 kilometer verderop zitten mensen die de grootste gevaren hebben doorstaan. Het gaat erover hoe het geluk kan kantelen. Dat je je aan een ander, een geliefde vastklampt alsof het een schild is. Zo liggen aan de basis van de meeste songteksten allerlei onzekerheden… Morbide bronnen eigenlijk, als je erover nadenkt. Maar dat pakken we dan op en doen er wat mee. En dat klinkt dan zoals we klinken. Een soort hoopvol fatalisme (lacht).

WiM: Jullie muziek is als een rijdende trein waarbij meerdere bandleden beurtelings zang maar vooral gitaarriffs aan toevoegen. Heel dynamisch en energiek.
We werken doorgaans met twee elektrische gitaren en één akoestische. Voor de songs kijken we gewoon wat werkt. Een nummer heeft niet altijd een brug of refrein nodig. We werken niet met zo’n vaste setup.

WiM: Jullie begonnen met twee EP’s voordat er een album kwam. Hoe kwam dat zo? En kunnen we vaker op een EP rekenen? Daar is niets mis mee natuurlijk.
Inderdaad… Wie weet doen we wel weer een EP, dat kan altijd. De eerste was eigenlijk een soort demo, om te laten horen waar we voor stonden. Die deed het goed dus kwam er een platendeal en re-release. En dat gebeurde daarna nog een keer met Sub Pop. Het was gewoon goed om French Press met 6 nummers uit te brengen. Dat klopte gewoon het best, de songs pasten bij elkaar. Het was een mooie eenheid.

WiM: Je kunt nu al zeggen dat dit een heel goed jaar voor jullie zal zijn. Maar ook heel druk en ingrijpend. Hopelijk zijn jullie met de Kerst nog steeds een hechte en gretige groep.
Het is inderdaad een bijzonder jaar. Je weet nooit wat er allemaal komt. We zetten ons beste beentje voor en nemen het allemaal zoals het komt. Dit is natuurlijk wel waar iedere band van droomt! We gaan straks weer terug naar Melbourne voor een week of zes, in verband met de albumrelease (15 juni). Daarna zijn we weer terug in Europa, onder meer voor Lowlands, ja. We gaan dan ook naar de VS. Ik denk dat we eind van het jaar ook weer naar Europa komen. Houd het in de gaten…

WiM: Australië heeft natuurlijk een uitstekende muziektraditie. Hoe staan jullie er tegenwoordig voor? Om alvast wat te noemen: bands als Royal Headache (Sydney) en Blank Realm (Brisbane) zijn erg goed.
Ja, die zijn allebei fantastisch. De Australische muziek is ongelofelijk sterk op dit moment. Denk aan Tame Impala, Courtney Barnett, King Gizzard. Maar ook onbekendere bands als Loose Tooth en Gold Class zijn goede acts. Er gebeurt gewoon heel veel: veel bands zijn nu aan het toeren in Europa en de VS en tekenen platendeals. Er is ook een bewustwording aan de gang… een soort herwaardering van de Australische muziek van de late jaren zeventig en vroegere jaren tachtig. Die was toch best wel heel goed en belangrijk. Wijzelf luisterden veel naar The Clash, The Jam maar natuurlijk ook naar The Go-Betweens, The Triffids en The Church. De vergelijking met Murmur van R.E.M.? Eigenlijk luisteren we niet zo veel naar R.E.M., het is meer bij toeval als we hen horen. Maar dat soort referenties zijn ook prima, hoor. Nobody is wrong!